Op 18 september 2018 is in Parijs Marceline Loridan-Ivens (19 maart 1928, Epinal) overleden. Ze komt uit een Poolse familie (Lodz), die vanwege het anti-semitisme naar Franrkijk is geëmigreerd. Gedurende haar lange werkzame leven is zij o.a. enquetrice, filmmaakster, producente en schrijfster geweest. Zij was de laatste, vierde echtgenoot van Joris Ivens, die zij in 1963 voor het eerst had ontmoet. Het koppel trouwde offciieel in 1977. Haar leven stond in het teken van oorlog.

Marceline Loridan-Ivens, tussen rozenberg en berkenveld.

19 maart 1928- 18 september 2018

Getekend voor het leven
‘Een overlever’. Gewapend met een grote bos rode krullen, Joodse humor en fanatieke energie, heeft Marceline Loridan-Ivens zich met verbetenheid en vasthoudendheid door het leven geslagen als een overlever. Op haar linker onderarm het getal 78750. Het nummer dat bij haar als 15-jarige leeftijd in Auschwitz-Birkenau werd opgebracht, een brandmerk voor de rest van haar leven. Altijd tenger en klein gebleven lijkt het alsof ze daarna niet meer wilde groeien en alleen wilde meedoen aan het volwassen leven op haar eigen voorwaarden. Een leven getekend door de oorlog. Bijna al haar latere films gaan daar over: oorlog in Algerije, in Vietnam, in Laos, in China tijdens de culturele revolutie en in haar eigen leven, de vernietiging van Joden in de Tweede Wereldoorlog. Gisteren overleed in Parijs Marceline Loridan-Ivens, filmmaakster, aan de gevolgen van een hartstilstand. Zij was de laatste en vierde vrouw van de Nederlandse documentaire filmmaker Joris Ivens (1898-1989), waarmee ze in 1977 was getrouwd.

Joods
Op 19 maart 1928 wordt ze geboren in het Franse stadje Épinal in de Vogezen. Haar vader, Zlama Rozenberg (1901, Shipia) noemt haar in het Jiddisch Meriem Rozenberg, maar niemand kent haar onder deze naam. Haar Joodse voornaam luidt Myriam, maar om dat niet te laten opvallen geeft haar vader zijn tweede dochter de verfranste naam Marceline.
In 1919 was Marceline’s vader als jongeman vanuit Łódź naar Frankrijk geëmigreerd, net als twee-en-een-half miljoen andere Joden uit het Jiddische Mitteleuropa, verjaagd door de vele anti-semitische aanvallen. Van die Jiddische cultuur in Polen is niets meer over. Het spoor liep via Oświęcim, het grote overstapstation tussen Oost en West. In Frankrijk gaat hij aan de slag als marktkoopman en textielhandelaar. Hij richt zijn eigen textielfabriek op en raakt in beter doen om zijn gezin met vijf kinderen te onderhouden. Thuis spreken de ouders Jiddisch, Pools en Russisch en lezen Hebreeuws. Ze eten gefilte Fish en kreplers, maar zijn niet religieus Joods. De taal van haar ouders begrijpt ze niet, en ze wordt kwaad, omdat haar vader de Joodse familienaam Rozenberg heeft veranderd in het verhullende Rosant. Vanaf haar jeugd kent ze het gevoel van exil. ‘Ik heb altijd het exil geleefd van mijn familie. Het was alsof onder mijn voetzolen geschreven stond: ik moet gaan. Niets bindt mij, nergens. De liefde bond mij, maar die kon ook met mij mee. Ik ben Joods, veel meer dan men beseft. En zelfs toen het Joods-zijn voor zo’n lange tijd in mij bevroren was, was ik het. Dat zit heel diep geworteld in mij.’ Ze noemt zichzelf ‘draagster van koffers’, als metafoor voor haar leven.

Auschwitz
Nadat de Duitsers Frankrijk binnenvallen vlucht het gezin naar het ‘vrije’ deel van Frankrijk, waar Pétain regeert. In hun woonhuis in Bollène (Vaucluse) valt in de winter van 1944 de Gestapo en Franse politie binnen, nadat de buren hen hebben aangegeven. Haar vader en Marceline vluchten de tuin in, maar worden als enige, bij de poort, gevangen genomen. In Drancy worden beide op transport gesteld, het is transport 71. Via hetzelfde spoor, waarmee hij naar Frankrijk was gekomen, rijden hij en zijn dochter, opeengepakt in goederenwagons, terug naar Polen, naar Oświęcim, waar de Nazi’s hun grootste vernietigingskamp hebben ingericht. De onmenselijk zware dwangarbeid kan haar vader niet breken, wetend dat zijn dochter op hem wacht. Maar als de Russen naderen en de SS-ers de nog overlevende mannen op liquidatiemars sturen naar Gross Rosen (Rogoźnica), overlijdt hij, één van de 1,1 miljoen slachtoffers van Auschwitz. Marceline, die een barak deelt met o.a. Simone Veil, de latere voorzitter van het Europees Parlement, overleeft de verschrikkingen. De speelfilm die ze in 2002 opneemt in het kamp, draagt de titel Het kleine berkenveld (Le petit prairie aux bouleaux), de vertaling van Birkenau. De hoofdrolspeelster keert na 57 jaar voor het eerst terug naar het kamp. Ze heet Myriam. Het travellingshot in het middendeel van deze film, waarin in volkomen stilte barak na barak na barak voorbij glijdt, laat een blijvende indruk achter. Marceline zat gevangen in barak 27B, soms wel met tien vrouwen op één houten plank. De verschrikkelijke geur van verbrand vlees doordrong alles. Ondanks de verschrikkingen, die onvoorstelbaar zijn en niet in beeld te brengen, wil Marceline met haar film laten zien dat ze in het kamp ook liefde, menselijkheid en solidariteit heeft ervaren. En dat herinneringen vluchtig zijn. Ze kan de plek waar de lijken van de gaskamers door gevangen in kuilen moesten worden geworpen niet meer terugvinden en zit wanhopig met natte klei in haar hand. Ik heb nu as in mijn handen van mijn kampgenoten, denkt ze.

Bevrijd
Via Bergen-Belsen, Theresienstadt en Leipzig keert ze na de bevrijding terug naar Frankrijk, waar voor haar een chaotische tijd aanbreekt. Van de vijftig familieleden die waren opgepakt, keert slechts een handvol terug. ‘De vernietiging van deze familie… een moeder, die niet erg sterk was, met haar vijf kinderen… die hertrouwd is met iemand die haar heeft geruïneerd… mijn zus en broer die zelfmoord plegen, tot het verlies van vader ook. Ik heb me er dus uit geworsteld, zoals het in mijn vermogen lag. Met de middelen die in mijn bereik lagen. Dat is alles.’ Haar omgeving wordt blootgesteld aan haar plotsklapse stemmingswisselingen en bazigheid. Als ze een vijand nodig heeft, weet ze die altijd wel ergens te vinden, al is het op onredelijke gronden. ‘Ik heb mijn witte en mijn zwarte dagen’, verklaart zij zelf.
Om haar leven meer vastigheid te geven trouwt ze met een man wiens naam Loridan zij na de snelle scheiding behoudt. Her en der heeft ze baantjes, met name als enquêtrice, maar droomt van een filmloopbaan. In de zomer van 1960 kan ze beide combineren, als ze optreedt als enquêtrice in de baanbrekende documentaire Chronqiue d’un été van filmmaker Jean Rouch en socioloog Edgar Morin. Op straat vraagt ze, geheel in de tijdgeest van de jonge generatie, ontwapenend en direct, aan willekeurige voorbijgangers: ‘Ben je gelukkig?’, ‘Wat doe je met je leven?’ Op een terras legt ze aan Afrikaanse immigranten uit waar het nummer op haar arm vandaan komt. Zij hebben daar geen idee van, een telefoonnummer, koketterie? Actuele kwesties als Algerije en Congo komen aan bod, evenals teleurstellingen in de liefde. Met deze documentaire, opgenomen met een 16 mm. handcamera en met synchroon geluid, begint een nieuwe stroming genaamd cinéma vérité. Deze stijl grijpt terug op de avant-garde filmmakers als Dziga Vertov en Joris Ivens, die al in de jaren twintig met kleine handcamera’s zonder statief spontaan op straat gingen filmen, zonder gebruik te maken van acteurs. Naast Marceline spelen o.a. Régis Debray en Jean-Pierre Sergent een belangrijke rol. Zij is niet alleen actrice, maar assisteert Rouch en Morin ook bij de regie. Op het Filmfestival van Cannes won de film de Internationale Prijs van de Kritiek en scoort hoog als een van de belangrijkste documentaires van de 20e eeuw.

Een onafhankelijke geest
Vanaf 1954 had zij zich op de politiek gestort, aanvankelijk als lid van de Communistische partij in Frankrijk. Na de onthullingen van Chroetsjov verlaat ze ontgoocheld de stalinistische partij. Haar sympathie ligt bij de onafhankelijkheidsstrijd van de Algerijnen, die de Franse kolonisator willen verdrijven. Zij is steun en toeverlaat in de clandestiene strijd van het bevrijdingsfront FLN. In haar huis zegt de filosoof Jean-Paul Sartre zijn steun toe. Haar eerste film uit 1963 Algérie année zero is ter plekke opgenomen in het eerste jaar van de onafhankelijkheid. Ze maakt die samen met Jean-Pierre Sergent, haar geliefde in die jaren. Deze film zou pas 45 jaar later in de ongecensureerde versie in première gaan.
In hetzelfde jaar vindt ze een nieuwe geliefde in de persoon van Joris Ivens, die op dat moment 65 jaar is, dertig jaar ouder dan zij zelf. Ivens zei altijd dat hij verliefd op haar is geworden op het filmdoek, toen hij haar zag in Chronique d’un été. En andersom, toen Marceline Ivens’ film …à Valparaiso zag, in hetzelfde filmlaboratorium waar zij aan haar Algerijnse film werkte, bedacht ze dat Ivens’ film het soort documentaire was, dat zij graag zou willen maken. Nadat ze kort daarna elkaar bij toeval tegenkomen op een expositie over Cuba sloeg de vonk over. Ivens stuurde haar de volgende dag een grote bos bloemen, in het appartement waar zij toen woonde: rue des Saints-Pères. Rond de jaarwisseling van 1964-65 trok hij bij haar in.
Deze nieuwe liefde van Ivens, terwijl hij nog getrouwd was met zijn derde vrouw, de Poolse dichteres Ewa Fiszer, vindt zijn eerste weerslag in de film Pour le Mistral, over de wind in Zuid-Frankrijk. Studenten spelen daarin een Romeo-en-Julia-achtige scène, dansend in de wind. Hij pakt een roos voor haar op. Tijdens de opnames vormen de dagelijkse telefoongesprekken met haar de hoogtepunten van de dag, zo blijkt uit Ivens’ aantekeningen. Ze schrijven elkaar gedurende hun decennia lange relatie, die tot Ivens’ overlijden in 1989 duurt, honderden liefdesbrieven. Maar eenvoudig is hun relatie niet. ‘Omdat ik vaak opnieuw zaken ter discussie stelde. Ik was niet bang zaken op losse schroeven te zetten. Ik ben niet iemand die zomaar iets accepteert, maar iemand die zich veel vragen stelt over zaken. En tegelijkertijd ben ik een ambivalent iemand, ik ageer voor en tegen. Een leven dat zich splijt. Maar samen komen we naar buiten, Joris en ik, en nemen een standpunt in. We spraken af elkaar niet onnodig pijn te doen. En bovenal risico’s te durven nemen.’ Haar soms onredelijke gedrag wordt door Ivens vergoeilijkt met verwijzing naar haar verleden in de concentratiekampen.
Haar broer legde eens een verband tussen haar vader en Joris Ivens. De Nederlandse filmmaker werd voor haar een vervangende vaderfiguur, waarvoor zij alles over had, zo gaf zij zelf later toe. ‘Ik zou liever met mijn vader leven, dan met een man. Begrijp je dat? Ik zou er alles voor doen om mijn vader weer terug te zien, snap je… Mijn grootste verdriet was het verlies van mijn vader.’

Aan het oorlogsfront in Vietnam
In het najaar van 1965 begint hun actieve samenwerking nog voorzichtig tijdens de opnames van Rotterdam-Europoort. Zij is opname-assistente, maar verstaat en begrijpt de Nederlanders niet. Drie jaar later is de samenwerking echter intens en volledig in Vietnam. Aanvankelijk krijgt ze geen toestemming van de Noord-Vitenamese autoriteiten om samen met Joris Ivens naar de door de Amerikanen plat gebombardeerde 17e breedtegraad af te reizen, de demarcatiezone tussen Noord- en Zuid-Vietnam. Zelfs van president Ho Chi Minh krijgt ze geen permissie. Totdat hij tijdens een persoonlijk onderhoud met het echtpaar het nummer op haar onderarm ziet en vraagt in welk kamp ze heeft gezeten. Als hij te horen krijgt dat ze Auschwitz heeft overleefd staat hij haar alsnog toe met Joris Ivens af te reizen naar Vinh-Linh. Onderweg raakt ze gewond en moet naar het ziekenhuis, maar uiteindelijk komen zij aan in het dorp. Twee maanden leven zij samen met de dorpsbewoners meters onder de grond. ‘We vulden elkaar perfect aan. Joris, kind van de periode van de zwijgende film, meester van het beeld, en ik, gevormd door de jaren zestig, de periode van het nieuwe synchroongeluid. Van hem heb ik alles geleerd. Wij vormden een soort Hydra, met twee koppen en maakten samen twintig films’. Om de film te kunnen betalen en uitbrengen richten zij samen in 1967 hun productiemaatschappij CAPI FILMS op, vernoemd naar de initialen van Ivens’ vader Cornelis Adrianus Petrus Ivens en tevens de naam van zijn fotohandel.
Over haar ervaringen tijdens de opnames van Le 17e parallèle houdt ze een dagboek bij dat wordt gepubliceerd onder de titel '17e parallèle, la guerre du peuple. Deux mois sous la terre'.

Bergen verzetten
Na de Vietnam-film volgen een documentaire over de volksoorlog in Laos en 12 films over de culturele revolutie in China. Premier Zhoe Enlai nodigt Ivens en haar persoonlijk uit op het moment dat door zijn ping-pong-politiek de deuren van het volledig geïsoleerde China voor het eerst voorzichtig worden opent naar het Westen. In Frankrijk reist ze in de winter van 1972-73 stad en land af om vragen van burgers te noteren, ‘Wat wil jij van China weten?’ Met ca. 250 vragen op zak reizen zij en haar man drie jaar lang door China, op plekken waar nog geen westerling was geweest. Zij stelt wederom als enquêtrice aan willekeurige Chinezen vragen over het alledaagse leven. Net als in Chronique d’un été houdt ze de microfoon vast, wordt de handcamera gebruikt en kijkt ze van tijd tot tijd in de camera. Meer dan welke filmmaker dan ook in die tijd krijgen zij menselijke antwoorden. Het twaalf uur durende epos over de culturele revolutie Comment Yukong déplaça les montagnes (Hoe Yukong de bergen verzette) gaat in 1976 in première en wordt door 250 miljoen mensen gezien en positief gewaardeerd. Maar al snel blijkt deze door de geschiedenis achterhaald. Zelfs de politieke leiding van China veroordeelt de culturele revolutie.
‘Wat denkt men tegenwoordig van deze film? Dat valt moeilijk te zeggen, de bruuske omkeringen in geschiedenis zijn verbijsterend. Maar deze film is een bladzijde in de geschiedenis van China. Sommigen zeggen dat deze serie een monument is. Volgens Joris en mij is het een monster, een gekheid’, oordeelt zij zelf in 1982. Als zij beiden naar China terugkeren, waar inmiddels Zhou Enlai en Mao Zedong zijn overleden en onder leiding van Den Xiao Ping een heel andere koers wordt gevaren, is de confrontatie met verhalen van oude vrienden over hun gevangenschap en heropvoeding emotioneel. Eén van hen, Xi Xian, schrijft dat bij Ivens de tranen in de ogen schieten als ze elkaar weer zien en hij in de gaten krijgt dat de Chinees gehandicapt is en met een stok loopt. De dissidente schrijver Bai Hua heeft een zelfde ervaring, hij leert Ivens in de beginjaren ‘80 voor het eerst kennen en voelt de tragiek en worsteling bij Ivens als het gaat om de Yukong-serie. Bai Hua ondervindt aan den lijve wat gevangenschap en censuur betekenen, Ivens besluit hem openlijk in zijn strijd voor vrije meningsuiting in China te helpen, zoals hij ook onderdrukte kunstenaars in andere landen gaat steunen. Voor Marceline Loridan-Ivens is de schok zo mogelijk nog pijnlijker, als overlevende van Auschwitz voelt ze zich solidair met slachtoffers van totalitaire regimes. 'Drie jaren geleden was er een retrospectief met alle twaalf delen van Yukong. ‘Ik sloeg groen uit, wilde alleen maar dood zijn. Dat ik dat allemaal geloofde, wat in die films wordt gezegd! Los van het feit dat De apotheker op zichzelf een hele mooie film blijft, begreep ik later toch dat het een film van twee westerlingen was die de droom filmden, wat achteraf een utopie bleek, dat mensen kunnen veranderen, dat in de mensen iets goeds zit. Het was nauwelijks denkbaar dat die Chinezen logen...Het kan zijn dat het regime ons gebruikt heeft. We hebben echter altijd mensen gefilmd en tijdens het filmen geloof je in die mensen. Dat is iets van onschuld, maar in die onschuld hebben wij misschien mensen bedrogen.'

Depressie en creatieve reactie
De erkenning van het ongelijk van de film stort de twee filmmakers in een jarenlange depressie. De innerlijke worsteling wordt duidelijk in Ivens' tweede autobiografie, waaraan hij vijf jaar na de première van Yukong begint. Hierin neemt hij afstand van het communisme: 'De feiten zijn hard, ondraaglijk hard soms, en ze zijn dat des te meer voor mensen als ik die hun leven hebben gewijd aan de strijd voor het socialisme en de revolutie.'
Na 15 jaar militante films maken zegt Marceline dat de politiek haar van binnen heeft bevroren. Ze legt uit dat zij zich volledig naar buiten toe projecteerde, in de activiteiten, in het militantisme, met mei ’68, en alles wat daarbij kwam. Het betekent niet meer aan jezelf denken, ‘vivre sur des modes d’ordres imbéciles’.

Het antwoord op hun crisis is een nieuwe film over China, over de liefde van beide filmmakers voor haar cultuur en geschiedenis, voor de natuur en haar bewoners. Opnieuw een poging een brug te slaan tussen twee werelden, oost en west, niet meer door politiek, maar door verbeeldingskracht. Oorspronkelijk is het plan twee gescheiden films te maken: eentje in de stijl van en door Ivens en eentje van en door Marceline Loridan-Ivens over het maken van een film door haar oude echtgenoot. Maar in de praktijk wordt het één integraal geheel, ook al omdat zij de regie geheel moet overnemen als Ivens tweemaal een bijna-doodervaring heeft en tijdelijk moet stoppen. De scène in de fabriekshal is van haar hand en ook het verrassende effect van het drieduizend jaar oude stenen leger dat plotsklaps op aanwijzing van Ivens tot leven komt, zou haar idee zijn. Geïnspireerd door de figuur van de Golem in het Joodse verhaal van Praag.
Une histoire de vent (Het verhaal van de wind, 1988) is een filmsprookje en filmtestament, zowel een terugkeer naar de avant-garde van Ivens en als een vooruitblik op de 21e eeuw. Het heeft een hybride vorm met fictie- en documentaire elementen, waarmee het filmend echtpaar een ‘no man’s land’ in de filmkunst betreedt. Nog geen jaar na de première van deze prijswinnende film overlijdt haar echtgenoot. Het stort Loridan-Ivens opnieuw in een jarenlange crisis, fysiek en mentaal. De dood van Ivens maakt bij haar ruimte vrij terug te keren naar haar Joodse identiteit en haar eigen geschiedenis centraal te stellen. Jarenlang werkt ze aan een speelfilm over haar verblijf in het kamp, aanvankelijk met Jeanne Moreau, die slechts twee maanden ouder is als zij. Maar uiteindelijk kiest ze voor de Joodse actrice Anouk Aimée en krijgt ze als eerste filmmaker –zelfs Steven Spielberg was daar voor de opnames van Schindler’s List niet in geslaagd- toestemming om in het kamp zelf te filmen. In de film streept ze op het toeristisch bord ‘Auschwitz Museum’ het woord ‘museum’ door. Het kleine berkenveld (Le petit prairie aux bouleaux) gaat in 2003 tijdens de Berlinale in première en wint diverse prijzen.
Ongetwijfeld wilde ze met deze speelfilm zichzelf als zelfstandig filmmaker bewijzen, zonder op de hulp en reputatie van haar echtgenoot te leunen. Ze slaagt daar ten dele in. Het is een enorme prestatie om als 75-jarige een voor haar zo emotioneel onderwerp te verfilmen in een digitaal tijdperk, dat geheel verschilt van haar eerdere filmervaringen en een filmgenre, waar ze nauwelijks ervaring mee heeft. De intieme film vraagt veel van het publiek, dat de stiltes en beelden van leegte zelf moet vullen. Wie daartoe bereid en in staat is heeft een bijzondere filmervaring. In essentie is de film ook een daad van barmhartigheid, een mitswa.
In 2010 verschijnt haar autobiografie Ma vie balagan, waarin zij evenals bij Une histoire de vent en Le petit prairie aux bouleaux samenwerkt met de schrijfster Elisabeth D. Inandiak. De titel verwijst naar haar chaotische leven, waarover zij niets-en-niemand ontziend schrijft. Ondanks uitdrukkelijk verzoek van naaste familieleden onthult zij hierin zonder veel empathie of gêne privézaken van andere mensen, die daar emotionele schade onder lijden.
Ze heeft niets met regels, status en zoekt het avontuur, dat op de hoek van de straat ligt. ‘Omdat alles kan gebeuren, het toeval, de wondertjes van ontmoetingen kunnen je uitzonderlijke cadeaus geven. Het is ook de kansen pakken die voorbij komen. En geen angst hebben. Je angst beheersen. Iedereen is bang, ik ook. Maar je moet je angst bedwingen.’
‘Ik liep daarin voorop; Joris durfde minder. Ik heb lak aan de macht van gezagspersonen. Ik ben nooit conformiste geweest, maar altijd in beweging geweest. In het kamp hadden we er een woord voor, namelijk: ‘organiseren’. We ‘organiseerden’ dingen als we iets stalen, we stalen niet.” “Het is vreemd, want ik ben altijd bang geweest voor machthebbers. In confrontatie met hen ben ik tegelijkertijd timide en met veel ‘gotspe’; niet bang en toch ook weer wel. Dit is een symbolisch beeld dat ik hier wil geven: altijd functioneren zoals in het kamp.’
In 2015 verschijnt een vervolg op haar biografie met een lange brief aan haar vermoorde vader Et tu n'es pas revenu. ‘Jij zult terugkeren Marceline, want je bent jong’, had haar vader tegen haar gezegd tijdens de deportatie, waarvan hij zelf niet terugkeerde. Aan het eind van haar leven concludeert zij: ‘Ik heb geleefd omdat jij wilde dat ik leefde.’
In het jaar dat ze negentig werd publiceerde zij een boek over de liefde L’amour après met citaten uit liefdesbrieven van Georges Perec, Jan Pierre Sergent en Joris Ivens

In 1990, een jaar na het overlijden van haar echtgenoot, richt ze de Europese Stichting Joris Ivens op met het doel de wens van haar man uit te voeren: een onafhankelijke stichting die alle materialen over zijn leven en werk verzamelt. In 1994 krijgt ze financiële steun van staatssecretaris voor cultuur Hedy d’Ancona. Zij wordt daar zelf voorzitter van, aangevuld met bestuursleden uit haar Franse vriendenkring en enkele Nederlanders, o.a. de Rijksarchivaris als vertegenwoordiging van het Nederlandse ministerie. Allengs wordt haar positie als voorzitter door de vermenging van privébelang en publiek belang problematischer, totdat deze onhoudbaar wordt. Wanneer zij in 2010 een volkomen onredelijk hoog bedrag opeist voor de Joris Ivens DVD-box, die de Ivens Stichting nota bene in haar opdracht heeft vervaardigd, keert zij niet terug als voorzitter en scheiden de wegen.

Biografie

Marceline Loridan-Ivens, geboren Rozenberg

1928 19 maart, geboren te Épinal (Vogezen, Frankrijk).
Haar ouders zijn Joodse ondernemers, oorspronkelijk afkomstig uit het getto van de Poolse plaats Łódź. Zij emigreren in 1919 naar Frankrijk, vanwege de antisemitische achtervolgingen. Zij krijgen 5 kinderen.
1928-'39 Haar jeugd speelt zich afwisselend af in Nancy en Épinal. Basisschool.
1939-1940 Eerste klas lyceum.
1940 Duitsers bezetten Frankrijk
Exodus van het gezin naar het zuiden, in het zogenaamde 'vrije' deel.
1940 - 1943 Het gezin vestigt zich in het dorp Bollène in de Vaucluse.
Opleiding aan het College van de Jeunes Filles d'Orange (Vaucluse) en in Montémillar (Drôme). Gedurende deze periode zit de familie in het verzet.
1944 Wordt samen met haar vader gearresteerd door de Franse politie en Gestapo van Avignon.
Gevangenschap in Avignon, daarna in Grandes Baumettes in Marseilles.
Verzameld in Drancy bij Paris voor deportatie naar concentratiekamp Auschwitz-Birkenau (Polen). Gevangenschap in Auschwitz-Birkenau, Bergen-Belsen en Theresiënstadt.
1945 In juli terugkeer naar Frankrijk.
1946-1959 Chaotisch en moeilijk bestaan in de naoorlogse jaren, met verschillende
baantjes, o.a. enquêtrice voor publiciteitscampagnes. Door de geregeld de
Cinémathèque Française te bezoeken hoopt ze werk te kunnen vinden in de
filmwereld.
1959-1960 Begin van filmloopbaan: zij speelt zichzelf als enquêtrice, in de film Chronique
d'un été van Edgar Morin en Jean Rouch, en stelt mensen op straat de vraag:
'bent u gelukkig?'
Naast de belangrijkste actrice van deze vernieuwende film in cinéma vérité
stijl assisteert zijn ook de regisseurs. De film behaalt de Internationale Prijs
van de Kritiek op het Filmfestival van Cannes in 1960.
1960-1964 TelevisieJournalist voor de Franse televisie voor uitzendingen als Nous les
Jeunes, Zoom, 16 millions de jeunes.
1962 Regisseert de documentaire Algérie année zéro, opgenomen in Algeije, samen met Jean-Pierre Sergent.
1963 Terug in Parijs eerste ontmoeting met Joris Ivens.
1964 Schrijft een scenario voor een fictiefilm over de naoorlogse jaren. Door de dood van acteur Zbigniev Cybulsky stopt het filmproject.
1965 Opname-assistent van Joris Ivens' Rotterdam-Europoort , begin van
samenwerking.
1965-1966 Werkt met Ivens samen aan Le ciel, la terre over de Vietnamoorlog.
1967 Verdieping van de samenwerking met Joris Ivens. Co-regisseur van de film Le
17e parallèle.
Zet samen met Ivens het eigen productiebedrijf CAPI-Films op om geheel
onafhankelijk te blijven. CAPI-Films produceert tussen 1968 en 1971 een
aantal films over de studentenbeweging van '68, alsmede een heruitbreng van
de film Le soulèvement de la vie de Maurice Clavel door Joris Ivens, die door de
Franse televisie verboden is. Schrijft boek '17e parallèle, la guerre du peuple.
Deux mois sous la terre' en vele artikelen over de Vietnamoorlog.
1968 Co-regisseur met Joris Ivens en collectief van Le peuple et ses fusils in Laos, productie: CAPI-Films.
1971-1976 Co-regisseur met Joris Ivens van 12-delige filmserie van 12 films over de Culturele Revolutie in China: Comment Yukong deplaça les montagnes. Productie: CAPI-Films.
1976-1980 Vele activiteiten voor distributie van deze serie in 17 landen.
1977 Co-regisseur met Ivens van Les Kazaks - minorité nationale en Les Ouigours- minorité nationale.
1980-1983 Schrijft in opdracht van het bestuur van de regio Toscane samen met Ivens een scenario voor een film over de stad Florence. Door financiële en organisato-rische wanboel bij de overheid gaat project niet door.
1984-1985 Onderzoek voor een film over de culturele geschiedenis en filosofie van China
in relatie tot de wind.
1985-1988 Co-scenario met Ivens en Elisabeth D. Inandiak van de film Une histoire de
vent. Productie CAPI--Films. Opnames in China, Nederland en Frankrijk
De film wint o.a. de Gouden Leeuw op het Filmfestival van Venetië, Prix
National du Cinéma Française, Grand prix du Cinéma Français à Florence.,
Prijs van de Internationale Kritiek op festival van Moskou, 1e Prijs Festival
van Sao Paulo, Speciale Prijs van de Jury van de Prix de l'Europe (Felix), Prijs
van de pers Festival Chalon-sur-Saône.
Werkt aan distributie en buitenlandse versies, o.a. Duits, Engels, Zweeds, Italiaans, Portugees, Nederlands etc.
1989 Op 28 juni overlijdt haar man Joris Ivens in Parijs.
1990 Op 17 september oprichting Europese Stichting Joris Ivens in Nederland dat alle collecties rondom Ivens verzamelt en de ‘Association des Amis de Joris Ivens’ in Frankrijk.
1994-1995 Deelname aan vele herdenkingen van de bevrijding van de kampen, radio- en televisie interviews.
Werkt aan filmscenario over herinnering aan kamp La petite praire aux bouleaux.
1992 Actrice in Golem l'esprit de l'exil (regie Amos Gitaj)
1999 Actrice in Peut-être (regie Cédric Klapsich)
2002- 2003 Regie van de speelfilm La petite prarie aux bouleaux, met Anouk Aimée, nadat Jeanne Moreau was afgehaakt. Première op Filmfestival van Berlijn, de Berlinale. De film ontvangt de Bernhard Wicki Prijs 'Die Brücke', de Vredesprijs van de Duitse film op het Filmfestival van München.
Publiceert Oswiecim-Brzezinka, een fotoboek van Andreas Magdanze, geschreven door Marceline Loridan-Ivens en Gerhard Schönberner.
2008 Actrice in La fabrique des sentiments (Jean-Marc Moutout)
Actrice in Les bureaux de Dieu (Claire Simon)
Publicatie van autobiografie Ma vie Balagan, geschreven door Marceline
Loridan-Ivens in samenwerking met Élisabeth D. Inandiak
Presentatie van DVDbox met 20 films van Joris Ivens en Marceline Loridan-
Ivens geproduceerd door de Europese Stichting Joris Ivens in Nijmegen.
Presentatie in Nijmegen (LUX) en op IDFA / Filmmuseum Amsterdam.
2009 Presentatie van de Franse DVD-box met 20 films van Joris Ivens en Marceline
Loridan-Ivens in Paris, met retrospectief van de films van Joris Ivens en
Marceline Loridan-Ivens in de Cinémathèque Française.
Presentatie van de Duitse DVD box tijdens het DOKS Internationale
Filmfestival in Leipzig.
2010 Benoemd tot commandeur in de orde van het Légion d’honneur
2014 In de televisiefilm Le loi (Christian Faure) over de abortuswetgeving uit 1974
van ‘Le loi Veil’ (vernoemd naar de minister van gezondheid Simone Veil)
wordt de rol van Marceline Loridan-Ivens gespreeld door Aurélai Petit.
Presentatie op het Filmfestival van Cannes van de DVD-box met alle films van
Comment Yukong déplaça les montagnes (uitgave CNC).

Filmografie Marceline Loridan-Ivens

1960 Chronique d'un été (Edgar Morin et Jean Rouch), actrice en assistent.
1964 Nous les Jeunes, Zoom, 16 millions de jeunes (televisieseries)
1962 Algérie année zéro, regie samen met Jean-Pierre Sergent
1965 Rotterdam-Europoort, opname-assistentie bij Joris Ivens' film
1967 Le 17e parallèle, geluid en co-regie met Joris Ivens. producent namens Capi-
Films)
1968 Le peuple et ses fusils, co-regie met Joris Ivens en collectief
1976 Comment Yukong déplaça les montagnes, geluid en co-regie met Joris Ivens,
producente namens Capi-Films
- Autour de pétrole: Taking
- La Pharmacie no. 3: Shangai
- L'Usine de génerateurs
- Une Femme, une Famille
- Le Village de Pêcheurs
- Une Caserne
- Impressionss d'une Ville: Shanghai
- Histoire d'un ballon, le Lycée no. 13 à Pékin
- Le professeur Tsien
- Une répetition à l'Opéra de Pékin
- Entrainement au Cirque de Pékin
- Les Artisans
1977 Les Kazaks - minorité nationale
1977 Les Ouigours- minorité nationale
1988 Une histoire de vent, co-scenario met Joris Ivens en Elisabeth D., co-regie met
Joris Ivens, producente namens Capi-Films)
1992 Golem l'esprit de l'exil (regie Amos Gitaj), actrice
1999 Peut-être (regie Cédric Klapsich), actrice
2003 La petite prarie aux bouleaux, regie en co-scenario met Elisabeth D.
2008 La fabrique des sentiments (Jean-Marc Moutout), actrice
Les bureaux de Dieu (Claire Simon), actrice
Prijzen (selectie):

1960 Prijs van de Filmkritiek op het Internationaal Filmfestival van Cannes voor
Chronique d’un été.
1977 César voor de beste korte film voor Une histoire de ballon, lycée n° 31 Pékin
1988 De Gouden Leeuw op het Filmfestival van Venetië, Prix National du Cinéma
Française, Grand prix du Cinéma Français à Florence, Prijs van de Interna-
tionale Kritiek op festival van Moskou, 1e Prijs Festival van Sao Paulo,
Speciale Prijs van de Jury van de Prix de l'Europe (Felix), Prijs van de pers
Festival Chalon-sur-Saône voor Une histoire de vent (Het verhaal van de wind). 2003 Bernhard Wicki Prijs 'Die Brücke', de Vredesprijs van de Duitse film op het
Filmfestival van München voor La petite prarie aux bouleaux.
2010 Bevorderd tot Officier van het Légion d’honneur (zij was al eerder benoemd
tot ridder van het Légion d’honneur)

 

  

<<

Adresgegevens

 

  • Bezoekadres:
    Wezenlaan 71 te Nijmegen


 


  • Postadres:
    Postbus 606
    NL-6500 AP Nijmegen

Contact

 

  • 06 539 60 552
     


 

Social Media

Ivens.nl Archief

Films:

83 Items

Fotos:

5695 Items

Documenten:

29572 Items

Bibliografieën:

678 Items

Affiches:

212 Items