Op het 67e Filmfestival van Cannes presenteert Marceline Loridan-Ivens woensdag 21 mei in het Palais des Festivals de première van de DVD box met de Chinese documentaire Hoe Yukong de bergen verzette (1976) van Joris Ivens en haarzelf. De 12 uur durende film, in 1976 wereldwijd door ca. 250 miljoen televisiekijkers- en bioscoopbezoekers, bekeken, is de afgelopen jaren door het CNC (Centre national du cinéma) gerestaureerd. Vanaf 3 juni zijn de DVD's in Frankrijk te koop (Franse versie).

Sinds tien jaar laat Cannes Classics klassiekers uit de filmkunst in digitale versie zien. Dit jaar is Sophia Loren hoofdgast, en staan de geboorte van de Italiaanse Western, 30 jaar Paris, Texas van Wim Wenders, een hommage aan Henri Langlois, Kieslowski in Cannes, en andere digitale filmrestauraties op het programma.

Voor een interview en impressie van de presentatie: http://www.cnc.fr/web/fr/cannes-2014/-/liste/18/5142912


Festival directeur Thierry Frémaux in gesprek met Marceline Loridan-Ivens, 21 mei 2014. Foto © CNC.


Het publiek applaudisseert enthousiast na de inleiding van Marceline Loridan-Ivens. Foto © CNC.

De achtergrond van de filmproductie, zoals beschreven in Joris Ivens Wereldcineast (André Stufkens, 2008):

FILMPRODUCTIE

Ping-pong

Terwijl Joris Ivens in 1971 nog druk bezig is materiaal te verzamelen voor een film over Nederland ontvangt hij een uitnodiging via de Chinese ambassade in Parijs om naar China te komen. Al vanaf 1938 kent hij Zhou Enlai en heeft hij ettelijke malen in China gefilmd, maar sinds de Grote Proletarische Culturele Revolutie in 1966 in volle hevigheid losbarst is hij niet meer welkom. De uitnodiging van Zhou Enlai past in de pogingen van de premier om het isolement van de Volksrepubliek te doorbreken. Na de ergste jaren van totale anarchie, waarin scholen en universiteiten zijn gesloten, de Rode Garde gewelddadig optreedt, honderdduizenden intellectuelen naar het platteland zijn gestuurd of gedood en de productie is teruggelopen probeert de leiding van de Chinese Communistische Partij (CCP) naar buiten toe een positief beeld van normalisatie uit te dragen. De ping-pongdiplomatie komt op gang, Ivens' vriend, de Amerikaanse journalist Edgar Snow, mag als eerste weer bij Mao Zedong aanschuiven om aan de Amerikanen een signaal af te geven dat de deur op een kier staat.[1] In april 1971 verschijnt Snow's interview met Mao in Life en Amerikaanse tafeltennissers maken de sensatie mee in Beijing een paar potjes te mogen ping-pongen en Zhou Enlai te spreken. In juni komt de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken Henry Kissinger incognito naar Beijing. De open deur politiek levert al snel een diplomatiek succes op, Kissinger biedt China het lidmaatschap aan van de Verenigde Naties. Hij bereidt tevens het bezoek voor van president Nixon, dat in februari 1972 zal plaatsvinden. Nixon pochte later niet geheel ten onrechte over zijn verblijf: 'The week that changed the world'.[2]

Blazoen oppoetsen
In dezelfde maand dat Kissinger zijn eerste geheime gesprekken voert met Zhou Enlai arriveren Ivens en Loridan in Beijing. Op 11 juni vindt een gesprek plaats met de hoogste vertegenwoordigers van de Vriendschapsvereniging van het Chinese volk met het buitenland en de Central Newsreel and Documentary Studio in Beijing, waarin de filmopdracht wordt besproken. Op lijstjes circuleren namen van meerdere westerse filmmakers, maar naast Ivens wordt alleen nog de Italiaanse filmmaker Antonioni uitgenodigd om een grote film over China te maken. Zhou Enlai weet dat hij Ivens kan vertrouwen, om, zoals Ivens het zelf omschrijft, het blazoen van China op te poetsen en het evenwicht in de vertekende westerse berichtgeving weer in balans te brengen.[3] Eerder dat jaar vertelt Ivens aan een Nederlandse journalist: 'Ik doe mijn werk vanuit mijn revolutionaire overtuiging: dat is de marxistisch-leninistische maatschappijbeschouwing. Vooral Mao Zedong zet nu voort, wat Lenin is begonnen, en in zijn denken staat de houding van de mens in de samenleving voorop. Je zou kunnen zeggen: van de nieuwe mens, die zal leven in een waarachtig socialistische verhouding tot zijn medemensen.'[4] Ivens heeft zich de voorgaande jaren op de golven van radicalisering in het westen  steeds meer achter de politieke richting van China geschaard en afstand genomen van het Oostblok. In 1971 wordt de Joris Ivens Prijs op het documentaire festival van Leipzig afgeschaft en Ivens in de DDR tot persona non grata verklaard.[5]

Handen uit de mouwen
Om zich een beeld te vormen van de actuele stand van zaken trekken Ivens en Loridan drie maanden lang door het immense land. Ze bezoeken scholen, fabrieken, werkplaatsen, zoals de  '7 juli basisschool' in Beijing, een ping-pongfabriek en de 'Machinefabriek 21 juli', vernoemd naar een oproep van voorzitter Mao van 21 juli 1968 om zijn gedachten tot richtsnoer van handelen te nemen. Volgens Ivens' notities zitten hij en Loridan in deze fabriek in een zaal voor een grote witte tafel met daarachter het arbeiderscomité: een vrouwelijke ingenieur die zeer serieus is, een in blauwe blouse gestoken arbeidster met grote handen en een lok zwart haar voor haar gezicht, met rechts van hen de partijsecretaris. Aan de muur veel leuzen en citaten van voorzitter Mao, de portretten van Marx, Engels, Lenin, Stalin en Mao en een groot zwart bord met de tekst: 'Welkom aan kameraad Ivens en kameraad Loridan'.[6] De filmmakers vragen hen via de tolk honderd uit over het politieke bewustzijn van de arbeiders en doen daar uitgebreid verslag van aan hun opdrachtgevers. Om de belangrijkste leus van de Culturele Revolutie: 'Dien het volk' waar te maken blijft het niet bij praten. 'Vorige week werkte ik met Marceline in een grote fabriek waar ze Diesel locomotieven fabriceren. De fabriek ligt 25 km. van Péking af, en we woonden bij de arbeiders, we werkten in de fabriek aan 'n paar onderdelen. Op die manier leerden we goed het dagelijks leven en werken en denken en streven van de bevolking kennen. Was erg nuttig, want bij korte bezoeken aan fabrieken, universiteiten, communes dreigen de indrukken toch aan de oppervlakte te blijven. (...) Het volgend jaar wil ik graag een film hier maken. Ik zie hier weer een belangrijk, neuralgiek punt, gebeurtenis in de geschiedenis van het ogenblik. En zoals je weet heb ik altijd getracht met m'n documentaire filmwerk in de pas te blijven met de geschiedenis', schrijft hij aan Jan de Vaal, directeur van het Nederlands Filmmuseum, waarmee Ivens correspondeert.'[7]

Achter de schermen
Op 22 en 29 juli en 1 augustus bespreken de twee filmmakers hun ervaringen van de rondreis met Zhou Enlai.[8] Ze krijgen van hem carte blanche om te filmen wat en waar ze willen, een unieke situatie. Zhou Enlai geeft hen mee dat China een arm land is: ‘Het moet geen film worden die een rooskleurig beeld geeft, je moet China laten zien zoals het nu is.'[9] Na afloop bezoekt het stel in het gezelschap van Jiang Qing, de echtgenote van Mao Zedong, een voorstelling van 'Het Rode Vrouwendetachement'. Als verantwoordelijke  voor cultuur heeft ze een sterke greep op de kunstsector en verordonneert dat slechts acht revolutionaire modelopera's zijn toegestaan.[10] Op hun beurt laten Ivens en Loridan haar en Zhou Enlai enkele films van mei '68 zien, opgenomen in de nieuwe vlotte stijl van de cinéma vérité. Ivens vertelt in geuren en kleuren over de nieuwste ontwikkelingen in de westerse cinema, in Duitsland, Italië, Frankrijk en de VS, maar na afloop valt een ongemakkelijke stilte. Niemand vraagt of zegt iets. Jiang Qing heeft zich omringt door drie trouwe volgelingen, door Mao de Bende van Vier genoemd, in een poging de macht van de oude roerganger over te nemen en zijn gedachtegoed voort te zetten. De filmvertoning van Ivens is maar één van de vele zetten in de machtsstrijd tussen de 'ultra-linkse fractie' van Jiang Qing en de meer gematigden als Zhou Enlai, die Deng Xiaoping weer in ere herstelt en naar Beijing haalt. Die machtsstrijd zal tot 1976 jaar duren, net zo lang als de productie van de Yukong-film.

China op het eerste gezicht
Ivens en Loridan houden zich die maanden ook bezig met de ontvangst van enkele buitenlandse filmploegen, die voor het eerst een glimp krijgen van China. Namens de VPRO heeft filmmaker Roelof Kiers al de kans gekregen tien dagen in Guangzhou (Kanton) te filmen, een stad van 3 miljoen mensen. Na terugkeer schrijft hij over China: 'Indrukwekkend!, fantastisch! (...) Wat de meeste indruk maakt is de alom waarneembare Vitaliteit, Energie en Doelgerichtheid. Je ervaart het op het land, in de stad, op scholen, en in de fabrieken. De wat grauwe, terneergeslagen mensen, die nogal typerend zijn voor het stadsbeeld in Oost-Europese communistische landen tref je in China niet aan. Chinezen maken een uiterst levendige, opgewekte, zelfbewuste en onafhankelijke indruk. (...) de Chinezen zijn goed doorvoed en zitten ruim in de kleren. (...) Binnen het opgestelde schema bestond er volledige vrijheid om te filmen wat we wilden. Er werd niet ingegrepen, niets was verboden om te filmen.'[11] Met dezelfde gloedvolle overtuiging keren Ivens en Loridan terug naar Europa. In het najaar en in de winter reist Ivens door Nederland, België en Italië om over China te vertellen, zijn partner neemt Frankrijk voor haar rekening. In steden als Marseilles, Roubaix, Longwy en Thionville houdt ze een enquête.[12] 'Wat weet u van China en wat zou u willen weten? ', vraagt ze voortdurend. Uit de lange lijst worden 200 vragen opgesteld, die de leidraad zullen vormen voor hun te maken film. De kennis over het gesloten China is zeer beperkt. 'Je zou kunnen zeggen dat de film bedoeld is voor mensen die denken dat alle Chinezen op elkaar lijken', verklaart Ivens.[13]

Te groot
Na deze grondige voorbereidingen reizen Ivens en Loridan op 19 maart 1972 weer naar Beijing. Er ligt dan wel een vragenlijst, maar geen scenario en ze hebben nog geen idee hoe de film aan te pakken. Ivens schrijft: 'Ik, en ook Marceline, werken hier ontzettend hard om een thema onder de knie te krijgen (de cinematografische knie! bedoel ik) dat zo intens is, zo enorm als de Commune van Parijs, of de Oktober revolutie, of als je wilt de 80-jarige oorlog in ons land. Te groot voor 1 film, te groot voor 5 films. Que faire? Quand même: aller à l'assaut du ciel![14] Volgens Ivens is de Chinese maatschappij 'bijna het tegenovergestelde van de onze in Europa. Het tegenovergestelde van het audio-visuele - het is filosofisch. Over een week beginnen de werkelijke opnames'. Een dag later: 'Het is 'n gigantisch plan en conceptie dat ik, samen met Marceline en 'n paar Chinese cineasten tracht te realiseren. Gisteren was ik in m'n brief geloof ik te enthousiast. [...] Het is zeker geen heilstaat hier. Veel is nog lang niet in orde, behalve de funeste invloed van een vastgelopen socialisme in de Sovjet Unie gedurende de jaren 50 tot 60 - moet je nooit vergeten dat dit land duizenden jaren een feodaal land is geweest - overal oude zeden, gewoonten, manier van denken en handelen zijn nog steeds geldig en niet in één generatie uit te wissen.'[15]

Twee concepten
De twijfel over de aanpak van dit ambitieuze project leidt tot twee concepten: 'Ik draai (met Marceline) 2 films: een, m'n internationale idee - en 'n andere over China na de Culturele Revolutie (ik voel hier een soort overgangsperiode, veel wordt eerlijk geprobeerd, en het beste behouden).’[16] Het internationale idee behelst een synthetische film waarin de grootsheid van China’s natuur en geschiedenis wordt gecombineerd met het verhaal van het socialisme in opbouw. Het andere concept gaat over een aspect dat volgens Ivens en Loridan in beschouwingen over China nooit aan bod komt: het leven van alledag aan de basis van de Chinese maatschappij. De opnames beginnen eind mei op de Quinghua Universiteit in Beijing, zonder enig scenario en met een Chinese technische ploeg, want de overeenkomst met de filmstudio is dat zij mensen leveren en een praktische filmopleiding er voor in de plaats krijgen. Betalen doen de Chinezen echter niet, de film is een onafhankelijke Franse productie van de eigen productiemaatschappij van de filmers (CAPI Films), mogelijk gemaakt door een voorschot op de recettes van de Centre National de la Cinématographie. Als de eerste rushes worden bekeken schrikken ze, de opnames zijn totaal ongeschikt.[17] Cameraman Li Zexiang plaats de camera op statief achterin het leslokaal en volgt niet eens de microfoon met de camera. Het geluid valt voortdurend weg.en de cameravoering is 'alsof je met een auto steeds op dezelfde snelheid rijdt'. Ivens raadt hem aan op te letten als de studenten moe worden, achterover gaan hangen, met elkaar gaan fluisteren en mogelijk kattenkwaad uithalen. Dan wordt het pas interessant.[18] Marceline Loridan vraagt Ivens de cameraman te vervangen, maar dat heeft volgens hem geen enkele zin, omdat de volgende op precies dezelfde manier filmt.[19] Hoe Ivens' methode werkt wordt Li Zexiang duidelijk als ze horen van een voetbalincident op lyceum nr. 31 in Beijing. Twee dagen eerder heeft een student, nadat de bel klinkt, de voetbal niet gelijk ingeleverd, maar richting de docent geschopt. Ivens kiest er niet voor dit incident te reconstrueren, maar volgt de discussie tussen de klas en de docenten over verantwoordelijkheid. Het oplossen van dit conflict door overleg, waarbij ook de docent bekritiseerd wordt, staat symbool voor het Chinese onderwijssysteem, zo wordt betoogd.   

Mobiele filmschool voor Chinezen
Het aanleren van westerse cameratechnieken in de stijl van cinéma vérité is lastig. Ivens: 'Heel veel extra werk, b.v. de documentaire studio is niet ingericht op 16 mm. film, geen 16 mm. camera's, Dus allemaal opnieuw aanleren, geen reserve camera's. Nog geen ervaring. Maar het is toch fijn hier te werken, niet gejaagd door de tijd, of door kruieniersachtige producteur, geldjagende distributeur, (jaagt alleen voor zichzelf natuurlijk), geen burocratische manier van staatsproductie'[20] Volgens Ivens is de oorzaak van de problemen met de Chinese cameramensen duidelijk: 'De Chinese cinema verschilt van de onze, het gaat er meer contemplatief en statischer aan toe. De camera beweegt niet, participeert niet aan het gebeuren, ze constateert en neemt waar. Zoals het in de oude Chinese filosofie uitgedrukt wordt: de mens tussen hemel en aarde bekijkt de tienduizenden elementen in het universum. Gevolg: de camera beweegt niet.'[21] Ook de tegenzin om close-ups van mensen te filmen verklaart Ivens uit de culturele traditie: 'Neemt men hun visuele kunst in haar geheel dan treft men geen portretten aan van mensen, behalve dan in de Boeddhistische traditie. Ik heb hen dus moeten uitleggen welke rol ik aan de close-up gaf, en waarom van dichtbij genomen beelden belangrijk zijn. Het duurde allemaal heel lang, in China moet je geduld hebben om de mens te overtuigen. Je kan het niet halen met autoritaire argumenten, zoals het vaak het geval is elders. Ook dat is de culturele revolutie.'[22]  Gedurende vele sessies leggen Ivens en Loridan geduldig uit wat zij van de cameramensen verlangen. Cameraman Li Zexiang, antwoordt op alles met zijn enige Franse zinnetje dat hij kent: 'A demain!'. De filmmakers kunnen maar weinig in het Chinees terugzeggen.   

Massascène
In eerste instantie hebben de studiomensen Ivens en Loridan naar Dazhai gedirigeerd, het succesvolle modeldorp, bekend van de nationale campagne 'Leren van Dazhai'. Maar dat is het laatste wat ze willen: een perfect dorp, veel stereotypen en invloed van officiële zijde.[23] Zoals eerder in zijn carrière denkt Ivens dat het slimmer is ver weg van het machtscentrum te beginnen. In de maand augustus 1972 reist de ploeg naar de autonome regio Xinjang-Uygur, een gebied drie zo groot als Frankrijk, met een lange grens langs de Sovjet-Unie. Daar volgen echter doodvermoeiende onderhandelingen met lokale partijbonzen. 'Het was ondraaglijk', schrijft Ivens, die moet hebben teruggedacht aan de barre censuur tijdens het draaien van The 400 Million in 1938. Het hoogtepunt volgt in Kashgar, daar 'werd me vergund de meest weidse regie uit mijn hele loopbaan te maken. (...) Om zeven uur 's morgens een kruispunt en hele straten die verlevendigd werden door honderden figuranten, mannen en vrouwen, allemaal glimlachend, gekleed in smetteloos blauw, en scholieren, allemaal met een gloednieuw schort voor.' Nachtmerrie in Kashgar' betitelt Loridan deze onbruikbare scène. Ver buiten de stad en buiten het zicht van de autoriteiten verlopen de opnames beter. Ivens: 'In september filmde ik een belangrijke episode in West-China, dat wil zeggen in de bergen en aan de rand van een deel van de woestijn Gobi. Goed resultaat. Met Marceline en onze filmgroep (8 personen, waarvan twee vertalers) waren we in een nomaden tentenkamp van Kazakken - die grote kudden schapen, koeien, paarden van de weiden in de bergen, naar de lager gelegen valleien brengen voor de winter, 1800 meter hoog in een prachtig berglandschap. Begin oktober waren we terug in Peking. En daar begon de misère. Ik vatte kou, m'n bronchitis werd hevig - moest 'n week in 'n hospitaal [...] 'n soort virus, 'n soort Hongkong grieperd. Gevolg koorts, en weer 'n bronchitis. Dus weer uit voorzichtigheid in het hospitaal. Verpleging fantastisch goed en zorgvol.'[24] De rust van enkele maanden is noodgedwongen, niet alleen vanwege zijn ziekte, maar ook omdat het twee maanden duurt voordat Zhou Enlai reageert op hun klachten. In een brief hebben ze hem aangegeven dat het geen enkele zin heeft door te gaan als ze zo worden tegengewerkt. In een half jaar tijd is er slechts op 37 draaidagen gefilmd en 7000 meter film verspild vanwege het trainen van de cameramensen en de bemoeizucht van partijmensen. Uiteindelijk stelt Zhou Enlai een nieuwe begeleider aan en de filmploeg ondergaat een complete gedaanteverwisseling.

Het Dak van de Wereld
Tijdens het maandenlang wachten neemt Ivens de tijd zijn ontmoeting met de woestijn en de hoogste bergen in Xijiang en Tibet te verwerken in het filmscenario voor zijn internationale film. Deze tweede film speelt zich op een heel ander niveau af dan de eerste en heeft zich losgezongen van het alledaagse leven. Het idee is om het helemaal vanuit vliegtuigen te filmen, vanuit het oogpunt van de wolken en de wind, op vier hoogteniveaus. Al een oud concept van Ivens uit eind jaren vijftig, dat hij in zowel in Pour le Mistral en Rotterdam-Europoort wil verwerken, maar na mislukking nu wil uitproberen in China. 'Eerste niveau (tempo en ritme als een Adagio). Ouverture: 'Serene stilte in de hoge bergen. Immens landschap met bergketens die zich uitstrekken in de ruimte... een zuiver domein, wit van eeuwige sneeuw. Een strak blauwe hemel. Het beeld draait naar een knooppunt van bergen, gevormd in oude tijden door enorme natuurkrachten -men voelt Het Dak van de Wereld. (...) Op een witte helling ontdekt men een heel klein rood puntje. Het beeld duikt naar beneden (duikvlucht vliegtuig). Het is een rode vlag midden tussen een enkele tenten, moet een wetenschappelijke expeditie zijn. Het beeld klimt weer naar boven. De toppen en pieken van andere bergen, silhouetten tegen de hemel, en ergens heel hoog drijven dunne wolken uiteen. Tegen de hellingen sporen van machtige lawines. Langs een gletsjer daalt de camera heftig naar beneden, rotsblokken, sneeuwhopen, massa's ijs -wat een kracht- koud, blauw, transparant, grijs, lichtgevend. Via de eerste beekjes in de sneeuw, de bronnen van de grote Chinese rivieren, bereikt de camera de sneeuwgrens, waar het zich versnelt als een razende , via een ruig landschap, het is niet scherp te zien, steenrotsen, lössplateaus, de kleuren veranderen in bruin, grijs, groen, zwart, de snelheid wordt duizelingwekkend- men onderscheidt de zaken niet meer -het worden strepen, vlekken, punten die van boven naar beneden het scherm gaan. Het kondigt het tweede niveau aan.
(Tweede niveau, Andante). Boven een groot wolkendek in fantastische vormen. Alles draait, alles is in beweging, in de wolken ontstaat een gat, waar men induikt en een prachtig landschap ontdekt, [...] men passeert langzaam een vallei, aan twee kanten bergen, in de verte stroomt een waterval als een sluier van de rotsen. De rivier Tatou, de brug die de Louting overspant is goed zichtbaar. Gedicht over de Lange Mars die hier gepasseerd is. Voor ons, ver weg, de grote Gele rivier. ls een ader door het oude Chinese land, een slagader van het hart van de revolutionaire strijd. Heel dichtbij: onstuimige stromen, alsof het water furieus is omdat het gedresseerd wordt. Nog meer dichterbij: een rode vlag die over het scherm fladdert, opgesteld op een houtvlot, met boomstammen, waarop houthakkers druk in de weer zijn en de boomstammen langs de verraderlijke kolken varen. Het vlot vliegt als een razende naar beneden, de rivier, boten, een veerpont, de oevers, moeilijk te onderscheiden wat men ziet. Stop. Botsende wolken en naar beneden duikend ziet men de Chinese Muur, die zich oneindig voortzet over de ruggen van de bergen. Men ontwaart een grote stad met rechte lijnen en vierkanten muren, het is het oude deel; het nieuwe deel bestaat uit fabrieken, schoorstenen, woningen, parken (Xi'an, ooit de grootste stad van de wereld). Men vliegt over grote meren van China glinsterend in de zon, langs enkele communes aan de oevers. gevolgd door het tegendeel: bergen, heuvels van geel zand, bruin, grijs, roodachtig, gebeeldhouwd door de wind, verlaten. Geen water, geen bomen, geen wegen, geen leven. Veel verder daalt men als in een spiraal neer op Ya'nan.'[25]

Romantisch revolutionair
Het scenario gaat nog bladzijden verder, naar een derde en vierde niveau, de beelden strekken zich uit over de volle lengte van China, 5.500 km. lang, via de Takla-Makan woestijn en Chinese muur, tot aan de steden en laagvlakten aan de kust met vissers en de haven van Shanghai over zee richting Taiwan. Alles moet bewegen, alles verandert, de mens verandert het aangezicht van de natuur en van de geschiedenis, het is een combinatie van Ivensfilms als Creosoot, Lied der Ströme, Pour le Mistral, Sky over Holland ( van John Fernhout; 'vue le film hollandais', raadde Ivens aan) en De Vier Seizoenen van Pelechian in 'une style romantique révolutionaire.' Het plan moet 2 juli 1973 klaar zijn, want dan vertrekt de groep uit Beijing en de luchtopnames moeten in de zomer opgenomen worden, zo merkt Ivens op. Hij blijft in het jarenlange productieproces van Yukong nog lang vasthouden aan deze 'sequence avion', ziet er later vanaf het als aparte film uit te voeren, brengt het onder als een van de lange delen van Yukong, maar uiteindelijk vervliegt het hele plan omdat ze geen vliegtuigen ter beschikking krijgen. Toch is het scenario van belang, omdat het concept en de locaties van de Takla-Makanwoestijn en de Chinese Muur het uitgangspunt vormen van Une histoire de vent. Daarin verdwijnen de rode vlaggen en andere verwijzingen naar tijdelijke politieke stromingen, maar hij haalt er wel uit naar halsstarrige ambtenaren, die hem bijvoorbeeld in Kashgar mateloos hebben getergd.

Shanghai
Nadat Ivens weer is hersteld vertrekt de filmploeg met de nieuwe begeleider Chen Li-yen in opgewekte stemming richting Shanghai, waar in drie maanden tijd drie lange films worden opgenomen. In januari 1973 stort het team zich in een groot conflict van arbeiders in de generatorenfabriek met eindeloze discussies in comités en muurkranten over de juiste lijn. In februari en maart volgen de opnames in apotheek nr. 3, aangeraden door Zhou Enlai omdat de werkeenheid voorbeeldig de richtlijnen van de revolutie in de praktijk brengt. De eerste weken gebruiken Ivens en Loridan om de werkers en de klanten te laten wennen aan de camera's, zodat ze deze nauwelijks meer opmerken. Cameraman Li Zexiang snapt nu wat van hem verwacht wordt, evenals tweede cameraman Chang. Op 11 en 31 maart bekijken Ivens en Loridan met hun cameramensen de rushes: sommige panoramashots en close-ups zijn onscherp, maar de kleurbalans is goed, mooie afstand en close-ups in vergaderscène, in de fabriek trilt de camera van Chang, de opnames met de verborgen camera in de vrachtwagen zeer goed...De filmmakers zijn niet snel tevreden, scènes die niet bevallen worden overnieuw gedaan.

Opnames in de haven en in het verkeer vormen een derde film, een stadsbeeld, waarin een scène met hoog opgeladen fietskarren, waarmee vanaf het platteland groente de stad in wordt gebracht. Een arme boerin krijgt haar fietskar met zware vracht niet in haar eentje over de brug geduwd. Een boer zet zijn fietskar even stil en helpt haar met duwen. China is een Derde Wereld land, en de arbeiders dragen nog een zware last, luidt het commentaar.      

Nanjing
Na Shanghai reist de ploeg door naar Nanjing waar een maand lang in een kazerne wordt gefilmd. De film dijt alsmaar uit, maar blijft het ook boeiend? Ivens: 'Het is een ideologische film die niet vervelend mag zijn! Is op zichzelf al een flinke filmkluif. Je moet maar denken dat als ik een boek over China zou willen schrijven, na één van de grootste revoluties in de geschiedenis van de laatste 2000 jaar, zou ik minstens 3 jaar nodig hebben. Kijk maar naar de schrijvers over China als Edgar Snow (helaas overleden) of Han Suyin, die moeten ook hun tijd nemen. Studeren, lezen, naslaan, denken, analyseren, synthetiseren, schrijven, m'n film staat op hetzelfde niveau'.[26] In de zomer zit de filmploeg aan de kust in Shandong, in een visserscommune, waar maar niets spannends wil voorvallen. Daarna volgen opnames over het olieveld in Daqing en van professor Chen. Allengs komen de filmmakers er achter dat het stellen van directe vragen uit het enquêtelijstje niet werkt, de logica van een westerling komt niet overeen met de denkwijze van de Chinezen. Eenvoudige antwoorden zijn er niet, en de complexiteit en ondoordringbaarheid zijn groot. 

Montage
Op 2 november 1973 keren Ivens en Loridan terug in Frankrijk met 100 kilometer film (120 uur) en 800 rollen in hun bagage. Deze gigantische hoeveelheid materiaal wordt eerst teruggesneden naar een ruwe montage van in totaal 30 uur film. Het gaat allemaal langzaam en drie editors worden aangesteld om tegelijkertijd aan drie tafels aan de slag te gaan, waarbij Ivens en Loridan de supervisie houden. Ivens spreekt van een lijdensweg, want de problemen zijn enorm, met name met het artistieke gehalte. en met de taal, hoe een Chinese zin in de montage af te breken zonder een woord of lettergreep af te hakken. Yam, een Chinese student, is permanent aanwezig om fouten te voorkomen. Op 9 april 1974 liggen de 6 kilometer filmopnames van La pharmacie op de tafels. Het kost zeven weken om er een film van een uur en een kwartier van te maken. Ivens mist in de serie 'un leitmotiv visuelle - qui se developpe en se répétant', misschien kunnen 'kinderen' de rode draad vormen, vraagt hij zich af, die zich leren verweren en in debat gaan?[27] Pas tegen het eind van het jaar tekent zich een verdeling af, zoals die ook uiteindelijk is gerealiseerd: met 5 lange documentaires, 3 middellange en 4 korte.[28] Aan Li Zexiang is gevraagd om nog extra opnames te maken.

Machtstrijd
Als Ivens en Loridan de nieuwe beelden van Li Zexiang zien slaat de schrik ze om het hart, alles wat zij hem geleerd hebben is verdwenen, het is weer even ouderwets en statisch als voorheen. Op 30 juli 1975 vertrekken Ivens en Loridan naar China om zelf polshoogte te nemen. De inmiddels gemonteerde delen laten zij aan een stel cultuurbonzen zien, waaronder vice-premier Zhang Chunqiao, lid van de Bende van Vier en aanhanger van Jiang Qing. Na afloop wordt niets gezegd, totdat een beroemde danser van een modelopera, opgeklommen in de partijhiërarchie, het woord neemt. Een lijst van 61 kritiekpunten volgt met voorstellen om de film te veranderen. In La Pharmacie komt een regenscène voor met parapluis, terwijl op de achtergrond 'Het oosten is rood' klinkt. Dit is een aubade aan voorzitter Mao en een regenbui doet daar afbreuk aan. Voorstel: verwijderen. In de apotheek praten twee klanten met elkaar. Ze hebben versleten koffers bij zich en lijken wel colporteurs. Voorstel: verwijderen. De ochtendlucht boven de rivier is te grijs, men zou aan luchtvervuiling kunnen denken. Voorstel verwijderen. Zo gaat de lange lijst door.[29] Onaanvaardbare absurditeiten, noemt Ivens het, die niet naar China is gekomen om toestemming te vragen. De kritiek op de westerse filmmakers maakt deel uit van de campagne 'Tegen Lin Biao en Confucius', opgezet door Jiang Qing in een poging definitief af te rekenen met Zhou Enlai. Die ligt met blaaskanker in het ziekenhuis en Mao houdt behandeling twee jaar lang tegen.[30] Toch slaagt Zhou Enlai er in via medewerkers van het ministerie van Buitenlandse Zaken een briefje aan Ivens en Loridan af te geven met de tekst: 'Take your film, leave immediately and don't ever come back'.[31] Het afscheid op het vliegveld is emotioneel, veertig vrienden kussen en omhelzen Ivens en Loridan, het merendeel huilend. Medewerking aan de film en vriendschap met westerlingen maakt hen verdacht. De ultra-linkse campagne blijkt ook de oorzaak te zijn van Li's ouderwetse cameratechniek. Ivens en Loridan verlaten het land zonder de extra opnames, omdat filmen op locatie hen is verboden.

Anti-Chinese pias
Eerder is Michelangelo Antonioni slachtoffer geworden van de haatcampagne tegen westerse en burgerlijke invloeden. De Renmin Riboa kopt dat zijn film Chung Kuo (Cina, 1973) een giftige inhoud heeft en dat hij verachtelijke methoden heeft gebruikt, door ongevraagd Chinezen op een intimiderende manier te filmen.[32] In werkelijkheid wijkt Atonioni met zijn permanente begeleiding slechts één keer af van het vastgestelde reisschema en filmt in het Linshien district van Hunan de verraste mensen, terwijl een partijfunctionaris nog druk aanwijzingen geeft aan armoedig geklede inwoners uit het beeld te verdwijnen. Net als Ivens en Loridan is Antonioni in mei 1972 begonnen met de opnames. Na 21 draaidagen en zo'n 30.000 meter film is de Italiaan al in juni klaar. Na de première in januari 1973 wordt de lange documentaire nog welwillend ontvangen, maar een jaar later zorgt de massacampagne ervoor dat in miljoenen Chinese huishoudens de naam Antonioni synoniem staat voor iemand die zijn ware bedoelingen verhult om China en het socialisme te belasteren. De Italiaan wordt een Anti-Chinese pias genoemd zonder dat iemand ooit een film van hem heeft gezien. Als er door de Chinezen bij Ivens op wordt aangedrongen zijn collega af te  vallen gaat hij daar niet op in.

Première
Tegen 20 september zijn Ivens en Loridan weer terug in Parijs 'en dan begint het derde traject van onze lange mars d.w.z. het distribueren van de films, ze lanceren, documentatie laten drukken, publiciteit. Alles houden we in eigen handen om vele redenen.[33] Ivens verwacht de première eind november, begin december, maar het werk is enorm. 'Je ziet nog veel werk aan onze Capi film winkel, en dat alles met een minimum aan helpers, weinig geld - dus een 110% inzet van energie et imaginatie van Marceline en mij - heel weinig geld nu aan het eind van dit project dat onder onze handen gigantisch uitgroeide., 'n bewijs dat anderhalf jaar filmen in China zeer intensief is geweest en vruchtbaar is in de bewerking hier in Parijs. Het werk helpt me om jong te blijven, en tegen alle moeilijkheden op te kunnen (inclusief de zorgen van de financiering)...[34] De streefdatum van de première wordt niet gehaald en uitgesteld tot maart 1976. Als Jan Blokker van de VPRO televisiedienst zich meldt om de filmserie gelijk in maart op TV te laten zien, reageert Ivens: 'We zitten diep, diep in de schulden, dat begrijp je - en als we eerst een verkoop naar een land kunnen krijgen dat meer kan betalen, dan hebben we wat meer bewegingsvrijheid.'[35] Als Blokker in februari nog eens aandringt schrijft Ivens: 'Wat lullig dat we geen miljonairs zijn. Maar ja, dan maakten we waarschijnlijk geen films in China, en zouden ze zeker niet willen uitzenden'. Half januari hebben Ivens en Loridan aan dertig genodigden de eindmontage laten zien, de eerste indrukken luiden: een imposant werk dat een evenwichtig beeld geeft van een volstrekt onbekend land, waarover nagenoeg niets bekend is. Vooral de gedeelten die zich bezig houden met het dagelijkse leven zitten vol menselijke trekken die vaak humoristisch werken door de herkenning van reacties en van alledaagse details.'[36] Op 10 maart gaan in vier theaters alle filmdelen tegelijkertijd in première, zodat het publiek de hele serie kan volgen. 'Joris Ivens en China veroveren Parijs' schrijft Louis Ferron, '...het komt over als een evenement zonder weerga dat nu al de kleedgewoontes van menige Parijzenaar diepgaand heeft beïnvloed'.[37] Hij ontwaart als laatste modesnufje vele Mao-pakjes met opstaand kraagje en pet in een eindeloze variatie van blauwe tinten. Zo'n 130.000 toeschouwers zien de film in Parijs, in heel Frankrijk 300.000 mensen. De pers reageert gunstig, van links tot rechts. Op het festival van Cannes worden de delen over het voetbalincident en de generatorenfabriek vertoond.

Een veldslag
'To put 12 hours films on the capitalist commercial screen and television that is really a battle. Maybe we underestimated the class resistance we would meet, however com. Zhou Enlai told us clearly what we had to expect, and the only way for us was to win the battle. The first battle indeed  we won. An extremely successful launching of our films in Paris, with a world wide echo. Now we have a strong weapon in our hand in the field of psychological propaganda for China, for our cause', legt Ivens uit aan Rewy Allen, vriend uit Beijing.[38] De distributie richt zich met name op de televisie, de onderhandelingen worden meestal door Loridan gevoerd. Ivens: 'Marceline jaagde me naar de bergen om uit te rusten, en weer op kracht te komen. (...) Distributie is werkelijk niet mijn vak. Commercieel zijn nog minder, dat wist m'n vader al, toen ik als Capiaan de firma meer schade dan goed deed. We hebben dergelijke geldzorgen, wissels te betalen, achterstallige lonen, leningen - je kunt het je niet voorstellen. Geen geld voor Engelse versie! Geen geld voor opblazen op 35 mm.! Wat te doen, Engelse versie doen met vrienden, Joe Losey en anderen, die geen geld, of weinig nemen, en maar doorgaan.'[39] Na de Engelse versie volgt de Duitse, de Italiaanse, de Nederlandse, de Finse...steeds onder toezicht van de twee makers 'Supervisie van de versie is erg nodig voor qualiteit, artistieke en politieke juistheid.'[40] Op de Biënnale van Venetië worden de 12 delen met succes vertoond, in Montreal, in de VS in het Museum of Modern Art -met 's ochtends vroeg al lange rijen voor de deur, met luidkeels protesterende New Yorkers die geen kaartje meer kunnen krijgen en het verkeer dat in het ongerede raakt-,[41]  op de universiteit van Berkeley... tot aan 1979 blijven beide druk met reizen, interviews, vertalingen, verkoop en  debatten om de Yukong-serie te verspreiden.

1976
De film komt uit op een gunstig tijdstip: China staat volop in de belangstelling en niet alleen meer bij links-radicalen, maar bij een breed publiek. De ontwikkelingen in het Rijk van het Midden zijn er naar. Na het overlijden van Zhou Enlai in januari breekt een spontane demonstratie uit van miljoenen Chinezen die rouwen om zijn dood en daarmee aangeven de Culturele Revolutie af te wijzen. De kansen op een nieuwe politiek worden groter als Mao Zedong in september overlijdt. Binnen enkele weken rekent maarschalk Ye Yianjing -in 1938 nog samen met Zhou Enlai prominent in beeld in Ivens' The 400 Million- de Bende van Vier in. De weg naar de modernisering, al door Zhou Enlai geïnitieerd, wordt door Deng Xiaoping krachtig uitgevoerd. In februari 1977 ontvangt Ye Yianjing de beide filmmakers in Beijing, hij prijst hun werk. Eind van dat jaar gaat de Chinese versie  in Beijing in première, waarna 5 delen in honderden kopieën in het land worden vertoond. De minister van cultuur Houang Chen noemt de film 'een prachtig evenement in het culturele leven van ons volk'.[42] Joris Ivens benadrukt in zijn dankwoord de rol van de dierbare vriend Zhou Enlai: C'est lui qui a energiquement soutenu un projet qui pour sa reussite avait besoin d'un champ d'observation tres large de la part de cineastes, et c'est lui qui a nous aide a resoudre de differentes difficultés'[43]. Marceline Loridan-Ivens vertelt de Chinezen dat ze niet pretenderen alles over China te hebben gezegd en ook niet over alle aspecten van het alledaagse leven van het Chinese volk, maar dat ze met de film willen bereiken dat volkeren die gescheiden zijn door onwaarschijnlijke afstanden elkaar leren te begrijpen en respecteren. De avond tevoren hebben beide filmmakers een lang onderhoud met de nieuwe president van de Volksrepubliek, Hua Guo Feng.[44] Ook gaan beide op theevisite bij de machtige man achter de schermen, Deng Xiaoping, De enige Chinese leider waar Ivens nooit contact mee heeft gehad is Mao Zedong. Spijt heeft hij daar niet van.

[1] Han Suyin, De wind in de toren. Mao tsetoeng en de Chinese Revolutie, [1976 Londen] Amsterdam 1978, p. 375. Zie ook Jung Chang en Jon Halliday, Mao, het onbekende verhaal, 2005 Amsterdam, p. 732-737.

[2] Richard Nixon, aangehaald in China. Portrait of a Country, Hong Kong 2008, p. 230.

[3] Joris Ivens en Robert Destanque, Joris Ivens ou la mémoire d'un regard, 1982 Parijs, p. 315.

[4] Joris Ivens in gesprek met Leo Jacobs, GPD pers, o,.a. Het Vaderland 28 februari 1971

[5] Zie Kerstin Mauersberger (ed.), Weisse Taube auf dunklem Grund Het conflict begint in 1968 als Marceline Loridan en Joris Ivens films van mei '68 meenemen, die van de autoriteiten niet vertoond mogen worden. Marceline Loridan regelt echter een zaaltje en vertoont de films met succes alsnog.

[6] Rapport Usine des Machines Pékin 21 juillet 1971. JIA

[7] Joris Ivens in een brief aan Jan en Tineke de Vaal, 10 augustus 1971. Coll. de Vaal, JIA.

[8] In de Renmin Riboa (het Volksdagblad) van 30 juli en 2 en 4 augustus 1971 staan 'staatsieportretten' afgedrukt van Ivens en Loridan met Zhou Enlai en Jiang Qing tussen de operasterren of andere autoriteiten.

[9] Joris Ivens en Robert Destanque, zie noot 3, p. 331.

[10] Zie voor deze opera's de documentaire Yang Ban Xi. de 8 modelstukken van regisseur Yan Ting Yuen, 2006.

[11] Roelof Kiers, 'China op het eerste gezicht, 10 dagen in de volksrepubliek China', VPRO Gids nr. 24, juni 1971, p. 8-9. 'De devotie van Kiers' omschrijft recensent Jungman diens documentaire in Het Parool (8 oktober 1971), 'een mystiek geloof in eenvormigheid en indoctrinatie van de wieg tot het graf', het klinkt hem als een gruwel in de oren.

[12] Marceline Loridan-Ivens in een interview met Claude Brunel, Joris Ivens, 1983 Parijs cat. Cinémathèque Française, p. 76.

[13] Joris Ivens in The New York Times, 1978

[14] Joris Ivens aan Jan en Tineke de Vaal, 21 mei 1972. Coll. de Vaal, JIA.

[15] Joris Ivens aan Jan en Tineke de Vaal, 22 mei 1972. Coll. de Vaal, JIA.

[16] Joris Ivens aan Jan en Tineke de Vaal, 3 juli 1972. Coll. de Vaal, JIA.

[17] Het negatiefmateriaal wordt naar Parijs gestuurd, daar ontwikkeld en bekeken. Zowel cameravoering als geluidsopnames zijn ongeschikt, zo meldt Ragnar van Leyden. Zie zijn correspondentie JIA.

[18] Joris Ivens, aangehaald door Li Zexiang in Joris Ivens and China, Beijing 1983, 119.

[19] Marceline Loridan-Ivens in een interview met Luisa Prudentino op 11 april 2003, Le regard des ombres, 2004 Parijs, p. 202.

[20] Joris Ivens in een brief aan Jan de Vaal, 25 oktober 1972. Coll. de Vaal, JIA.

[21] Joris Ivens in een interview met Jean-Marie Doublet en Jean -Pierre Sergent, maart 1976, persmap. JIA.

[22] Ibidem

[23] Joris Ivens en Robert Destanque, zie noot 3, p. 318

[24] Joris Ivens aan Jan de Vaal, 25 oktober 1972. Coll. de Vaal, JIA.

[25] Joris Ivens, 'Scenario pour la séquence: avion', manuscript 10 december 1972, en 'Notes sur la Séquence: L aphysionomie géographique de la Chine', manuscript 17 decemebr 1972. JIA

[26] Joris Ivens aan Jan de Vaal, 3 mei 1973. Coll. de Vaal, JIA.

[27] Joris Ivens, 1e Brouillon montage Yukong, 8 juli 1974. JIA.

[28] Joris Ivens, opzet verdeling Yukong-serie, 27 november 1974. JIA.

[29] Joris Ivens en Robert Destanque, zie noot 3, p. 345

[30] Jung Chang en Jon Halliday, Mao, het onbekende verhaal, 2005 Amsterdam, p. 755-756. Zie ook Gao Weqiang, Zhou Enlai, the Last Perfect Revolutionairy, 2007 New York.

[31] Lin Xu-dong, 'Documentary in Mainland China', in Doc Box 26, augustus 2005, p. 29.

[32] Renmin Riboa, 30 januari 1974, de officiële krant van het centraal comité van de CCP.

[33] Joris Ivens aan Jan de Vaal, 8 september 1975. Coll. de Vaal, JIA.

[34] Joris Ivens aan Jan de Vaal, 22 september 1975. Coll de vaal, JIA.

[35] Jan Blokker aan Joris Ivens, 4 november en 3 december 1975, 14 januari 1976; Joris Ivens aan Jan Blokker, 2 februari 1976. JIA.

[36] Charles Boost in het Haarlems Dagblad, 16 januari 1976.

[37] Louis Ferron, 'Joris Ivens en China veroveren Parijs', in Hollands Diep, nr 14, 3 juli 1976, p. 10-13.

[38] Joris Ivens aan Rewy Allen, 4 juli 1976. JIA.

[39] Joris Ivens aan Jan en Tineke de Vaal, 24 juli 1976. Coll. de Vaal, JIA.

[40] Joris Ivens aan Jan en Tineke de Vaal, 16 augustus, 1976. Coll. de Vaal, JIA.

[41] Robert Del Tredici in een brief aan Joris Ivens en Marceline Loridan-Ivens, 7 maart 1978. JIA.

[42] Persbericht Chinees persbureau Hsinhua, 29 december 1977,  JIA.

[43] Ibidem.

[44] Persbericht Filmmuseum , 19 januari 1978. JIA.

Filmstill uit L'Histoire d'un ballon, 1976, Joris Ivens / Marceline Loridan-Ivens © CAPI Films 

 

<<

Adresgegevens

 

  • Bezoekadres:
    Wezenlaan 71 te Nijmegen


 


  • Postadres:
    Postbus 606
    NL-6500 AP Nijmegen

Contact

 

  • 06 539 60 552
    024 3 888 774


 

Social Media

Ivens.nl Archief

Films:

83 Items

Fotos:

5695 Items

Documenten:

29572 Items

Bibliografieën:

678 Items

Affiches:

212 Items