
Stichting
het Vlaams Cultureel Kwartier
Het Vlaams Cultureel kwartier heeft
nog geen eigen website, daarom is deze pagina opgenomen.
Klik
hier voor de algemene informatie over het Vlaams Cultureel
Kwartier
Najaarscursus Zeven Nijmeegse schrijvers, zeven literaire genre's
- Over het hoe, het waarom en het voor wie van een tekst -
Op zeven maandagen
(van 31 oktober tot en met 19 december) zal telkens een andere schrijver verslag
doen van zijn schrijfwerkzaamheden.Waarom, hoe en voor wie schrijft hij?
Hoe komt zijn tekst tot stand, wat heeft hem geïnspireerd, wat beoogt hij
met zijn werk, wat is de rol van zijn lezers, de rol van de kritiek tijdens
en na het schrijfproces? Zeven van elkaar onderscheiden auteurs die in hun genre
naam gemaakt hebben, gunnen u een boeiende kijk in hun schrijfkeuken.
De zeven zijn in Nijmegen geboren en/of hebben er gestudeerd en/of er gewoond
en/of erover geschreven. Zij vertellen over hun werk, hun wijze van schrijven,
hun literatuuropvatting en wat dies meer zij; ze zullen - ieder op hun eigen
wijze - hun lezing illustreren met tekstfragmenten. Na afloop van elke lezing
is er een vragenkwartiertje.
De auteurs zullen hun werk, dat in beperkte mate op de avond verkrijgbaar is,
signeren.
Deze lezingencyclus, die in de vorm van een cursus wordt aangeboden, is bedacht en geïnitieerd door Bert Vanheste, die zich helaas wegens een ernstige ziekte genoodzaakt zag zijn functie als voorzitter van het Vlaams Cultureel Kwartier neer te leggen. Op verzoek van het VCK organiseert Walter van de Laar ( ~ Victor Vroomkoning) deze cursus.
Bedrag van de cursus:
€ 105
Plaats: de bovenverdieping van het Arsenaal, Mariënburg,
Arsenaalpoort 6, Nijmegen.
Tijd: 20.00 uur - ongeveer 22.00 uur ( zaal toegankelijk
vanaf 19.30 uur )
Pauze: een kwartiertje met koffie/thee en koekje
(Op maandagavond is parkeren in de omgeving zelden een probleem. Naast de parkeergarage
Mariënburg, naast het Arsenaal, is een bewaakte fietsenstalling die sinds
kort tot één uur open is; gratis voor wie vóór 19.00
uur komt, daarna 1 euro)
Inschrijven: Om
u in te schirjven voor deze cursus kunt u uw naam, adres, postcode, woonplaats
en telefoonnummer mailen naar Vroomkoning@planet.nl
of per post opsturen naar Walter van de Laar, Aldenhof 70-17, 6537 DZ Nijmegen
(tel. 024-3441694).
Gelieve kort na uw aanmelding, het cursusgeld van € 105,-- over te schrijven
naar rek. 43.30.16.159 ten name van Vlaams Cultureel Kwartier te Mook onder
vermelding van: 7 Nijmeegse schrijvers.
Het VCK beschikt slechts over 80 stoelen (voorschrift van de brandweer!). Stel dus niet uit tot morgen, wat u heden kunt bezorgen!
Data en inhoud van de cursus:
31 oktober: Bert
Vanheste : de literaire gids
7 november: Thomas Verbogt : de veelzijdige
4 november: Victor Vroomkoning : de dichter
21 november: Frans Kusters : de verhalenverteller
28 november: Clemens Verhoeven : de populair-wetenschappelijke schrijver in
opdracht
12 december: Wam de Moor : de criticus, de essayist, de columnist
19 december: Leo van Stijn : de 'Nimweegse' zanger, de liederenman
31 oktober: Bert Vanheste (1937)
Hij promoveerde in
Leuven op een literatuursociologische studie. Van 1972 tot 2002 was hij als
universitair hoofddocent verbonden aan de afdeling Nederlands van de RU te Nijmegen.
Tot mei 2005 was hij directeur van De Verwondering en voorzitter van het Vlaams
Cultureel Kwartier.
Vanheste publiceerde naast romans en verhalen studies over onder meer Boon en
Claus. Recent verschenen: De stad is woord geworden. Leeswandelingen door Antwerpen
en Brugge (Meulenhoff), De Baan op met Boon. Een averechtse leeswandeling in
Aalst (De Arbeiderspers) en Nescio in Nijmegen: hoe (on)hollands (ts.Vlaanderen).
In voorbereiding: Een beeld van een stad. Vlaamse wandeling door Nijmegen.
Literaire wandelingen blijven meestal steken in anekdotes over het leven van een schrijver, leeswandelingen daarentegen stellen de relatie tussen een tekst en een stad centraal. Wat vertelt de tekst over de stad en hoe vergroot de kennis van een stad het inzicht in een tekst? Hoe schrijf je dan over Alain-Fourniers Le grand Meaulnes / Epineuil-le-Fleuriel, over Bassani's De tuin van de Finzi-Contini's / Ferrara, over Lampedusa's De tijgerkat en Sicilië, over Elsschots Het dwaallicht/ Antwerpen, over Boons oeuvre en Aalst, over Nescio en Nijmegen?
7 november: Thomas Verbogt (1952)
Hij debuteerde in
1985 met het stuk Heden Christine met daarin onder meer Trudy Labij en Marie
Louise Stheins. Sindsdien schreef hij in opdracht van diverse gezelschappen
zo'n vijfentwintig stukken. Enkele titels: Ooit Sakahama!, De Feestwinkel en
Grote Drama's, dat ook in het Frans werd vertaald. In het najaar gaat het stuk
Champagne! in première, met in de hoofdrol Carry Tefsen.
Verbogt schrijft ook romans en verhalen. In 1981 debuteerde hij met de verhalenbundel
De feestavond. Van de vijftien boeken die daarna verschenen, zijn recente titels:
Onze dagen, Het ongeluk en Zo gaan de dingen. Hij is vaste medewerker van de
VPRO-radioprogramma's Music Hall en De droomhandel.
Hij regisseerde de solovoorstelling van Julika Marijn, In duizend zoete armen.
Hij schrijft teksten voor de cabaretprogramma's van Nilgün Yerli en werkt
nu aan een boek over De Dijk dat in 2006, het jubileumjaar van de band, zal
verschijnen.
Drie keer per week schrijft hij een column in De Gelderlander.
Hoe begint een tekst,
van een column, een toneelstuk, een roman, een verhaal. Wat gebeurt er dan?
Wat is het proces ? Bijna nooit gaat het om inspiratie, want die is er wel,
of om fantasie, want die blijft wel aan de gang, nee, het gaat altijd om de
vorm waarin de tekst moet gaan werken zoals je hoopt dat hij werkt. Van belang
zijn vooral ritme, sfeer, de 'kleur'van de taal, de spanningsboog. Daarbij let
je er voortdurend op, dat het allemaal buiten-gewoon is en blijft, want wat
gewóón is, is er al.
Hoe ontstaat een personage in een toneelstuk, in een verhaal, een roman? Bij
een column is het personage bekend: doorgaans de columnist zelf. Wanneer weet
je, dat een gebeurtenis of een gedachte of een impressie een column kan worden?
14 november: Victor Vroomkoning (1938)
Hij studeerde Nederlands
en filosofie aan de RU te Nijmegen, doceerde Nederlands in het middelbaar en
hoger onderwijs. Hij debuteerde in 1983 met De einders tegemoet en De laatste
dingen. Daarna verscheen nog een achttal dichtbundels waaronder het ophefmakende
Lippendienst (1997) onder het heteroniem Stella Napels.
Vroomkoning is sinds jaar en dag actief in het Gelderse literaire wereldje.
Hij was lid van het Literair Café O'42, jurylid van de Kunstbende, voorzitter
van de jury van de Johnny van Doornprijs en de BNL- (voorheen SNS- literatuur)
prijs. Hij verzorgt workshops, treedt in den lande op. Zijn werk wordt regelmatig
gebloemleesd, vooral het gedicht 'Vuilniszakken', dat inmiddels tot de canon
van de Nederlandstalige poëzie behoort.
Met collega-dichter Jos Versteegen stelde hij Een zucht als vluchtig eerbetoon
samen, een bloemlezing van funeraire gedichten. Met fotograaf Hans Bol gaf hij
vorig jaar Het formaat van waterland uit, een ode aan Ooijpolder en Over-Betuwe.
Begin oktober verschijnt zijn nieuwe bundel, Stapelen, eind dit jaar het in
Nijmegen spelend episch vers Dodemont, van grafisch commentaar voorzien door
Wim Zurné.
Vroomkoning werd een aantal malen onderscheiden o.a. met de Pablo Nerudaprijs,
de Blanka Gijselenprijs en de Pieter Geert Buckinxprijs. In 2004 kreeg hij de
Cultuurprijs van zijn geboorteplaats Boxtel. Een gedeelte van zijn werk is in
het Engels vertaald.
Tijdens de voordracht
zal het accent liggen op het schrijfproces: hoe ontstaat een gedicht, welke
stadia doorloopt het voor het af is. Waarom is het schrijven van anekdotische
en intimistische en liefdespoëzie - allerminst vreemd in het werk van Vroomkoning
- een hachelijke opgave?
Een flink aantal verzen zal de revue passeren, ook uit het nieuwe werk.
21 november: Frans Kusters (1949)
Frans Kusters debuteerde
in 1975 met De reis naar Brabant, voor een gedeelte van dat boek was hem al
in 1973 de Reina Prinsen Geerligsprijs toegekend. Daarna verschenen De landschapsfotograaf
(1976), Het Chaplinconcours (1980), Het milde systeem (1984) en Atlas (1989).
In 1991 bracht zijn uitgever, De Bezige Bij, onder de titel Afscheid in Hoek
van Holland een bloemlezing uit de eerste drie boeken op de markt. Daarna volgden
de verhalenbundels Een schijn van oneindigheid (1993), 's Avonds op het Galgenveld
(1997) en de roman Na het wonder (2001). Vertalingen van zijn werk verschenen
in het Engels, Duits en Spaans.
Sinds 1980 is Kusters docent aan de faculteit der rechtsgeleerdheid aan de RU
te Nijmegen.
Zijn eerste verhalen schreef hij toen hij nog geen twintig was en nu, de vijfenvijftig gepasseerd, is hij nog steeds niet uitgeschreven. Over zijn werk, waaruit door hem veel gelezen zal worden, en het werken daaraan zal zijn voordracht gaan.
28 november: Clemens Verhoeven (1949)
Hij werkte oorspronkelijk in het onderwijs. Na een verblijf in de V.S. begon hij in 1975 met het schrijven van schoolboeken en met onderwijsprojecten. Midden jaren '80 was hij mede-oprichter van La Verbe, dat uitgroeide tot het grootste communicatiebureau buiten de Randstad.Sinds een paar jaar publiceert Verhoeven regelmatig boeken over onderwerpen uit de cultuurgeschiedenis. Meest recent verschenen In een ander licht (2004), over de wederopbouwjaren, De gedroomde stad (2005), over de architectuurgeschiedenis van Nijmegen en De Gebroeders van Limburg, leven, werk en wereld' (2005), over het eerste hoogtepunt van de Nederlandse schilderkunst. Twee boeken zijn in voorbereiding: een over de Koloniale Reserve en een over de legendarische bisschop Bekkers.
Verhoeven neemt vaak
(economisch gezien) onverantwoord veel tijd om zich in een onderwerp te verdiepen.Hij
probeert een bijna persoonlijke relatie met een of meer sleutelinformanten op
te bouwen. Ook zoekt hij snel contact met critici van zijn opdrachtgever. Over
het algemeen heeft hij opdrachtgevers die, uit geestdrift of ijdelheid, voldoende
tijd en geld aan hun project willen besteden.
Aan de hand van korte citaten en anekdotes zullen belangrijke aspecten van het
schrijven worden besproken: de verwerving, de verhouding met de opdrachtgever,
de afstemming op de lezer, de uitwerking van de opdracht, de vormgeving van
het boek en de positionering van het eindresultaat.
Voor wie het lukt, voor elk willekeurig onderwerp echte belangstelling op te
brengen is het maken van boeken in opdracht prachtig werk, zeker als de auteur
erin slaagt de 'baas'van het hele project te worden ..en te blijven.
12 december: Wam de Moor (1936)
Hij studeerde Nederlands
in Nijmegen, was dertien jaar leraar, zes jaar lerarenopleider en twintig jaar
hoofddocent literatuurdidactiek en vergelijkende kunstwetenschap aan de RU te
Nijmegen. Zijn verwondering geldt niet alleen het dierbaarste wat hij bezit:
zijn gezin en vrienden, de wereld eromheen, maar ook, professioneel, de opkomst
en neergang van schrijvers in Nederland. Wie van betekenis was in de voornaamste
jaren van zijn praktijk als literatuurcriticus (1969-1990) van dag- later weekblad
De Tijd, blijkt dikwijls uit beeld verdwenen: 't Hart, Biesheuvel, Koolhaas
bijvoorbeeld. Waarom?
Na een tussenperiode in de jaren negentig van intensieve pragmatiek rond de
biografie en het literatuuronderwijs, begon hij van januari 1997 naast essays
voor bladen als Ons Erfdeel, Dietsche Warande & Belfort en Streven, columns
te schrijven, veelal met de poëzie als begin- of eindpunt. Voorbereiding
op zijn bloemlezing van gedichten over Nijmegen, in maart 2005 verschenen onder
de titel Navel van 't land, maakte de oude creativiteit los van het zelf schrijven
van gedichten. De toekomst ligt achter mij, zegt hijzelf, het verleden draaft
voorbij.
Hij schreef een flink aantal boeken, o.a. In de voetsporen van S. Vestdijk (1978),
Wilt u mij maar volgen? Kritieken en profielen (1980), J. van Oudshoorn 1876-1951
(diss. Leiden 1982), Deze kant op. Kritieken en profielen (1986), De kunst van
het recenseren van kunst (1993), Dit is de plek. De betekenis van plaats en
ruimte in het werk van schrijvers en schilders(1992). In voorbereiding: boekuitgaven,
columns en kritieken.
In een terugblik op het eigen bestaan, in het bijzonder als criticus, beschouwer en pragmaticus, zal De Moor de betekenis wegen van de dingen die voorbijgingen, de broosheid van ideeën, de kwetsbaarheid van de kunstenaar. En zijn verwondering over dat alles. Het sterk ervaren verschil tussen het schrijven van kritieken en van 'stukjes', columns. Om over het schrijven van gedichten maar te zwijgen. Wat hij niet zal doen.
19 december: Leo van Stijn (1940 )
Hij is geboren en
getogen Nijmegenaar, studeerde Nederlands en was tot enkele jaren geleden docent
o.a. op het huidige Kandinsky College. Vanaf de lagere school heeft de interesse
voor poëzie en muziek geleid tot het schrijven van liedjes en het spelen
in een bandje. Op het kerkelijk vlak mondde dat uit in het leiden van koren.
De grote wens, eigen liederen en teksten te (laten) zingen kreeg hier alle ruimte.
Daarnaast trok de cabaretwereld. Stadscabaret Blokken vertolkte tot de opheffing
vele avondvullende programma's. Sinds dertien jaar worden Van Stijns Nijmeegse
liederen gezongen en gespeeld door het Nimweegs SoapTheater. Op het einde van
dit jaar is het 26e programma te horen en te zien: Mariken NUmegen, cabareteske
bewerking van het middeleeuwse Mirakelspel.
Van Stijn schreef honderden liederen, zeer veel over Nijmegen. De modernisering
van de liturgie gaf aanleiding tot het schrijven van talrijke 'wereldse' kerkliederen.
Een compleet passiespel (Het is volbracht) en Pinksterspel (Handelingen 2) voor
verscheidene koren paste in deze ontwikkeling.
Twee eigen cabaretgroepen (Blokken en Nimweegs SoapTheater) vertolkten meer
dan dertig programma's, gevuld met teksten en liedjes.Sinds twee jaar is Van
Stijn columnist van de Zondagskrant met Nimweegse voorvallen in Krullen fan
de buuk.
Aan de hand van een
aantal voorbeelden wordt het scheppingsproces van teksten en liedjes verteld,
uiteraard gelardeerd met muzikale intermezzo's. De wisselwerking tussen muziek
en tekst staat daarbij centraal. Soms bepaalt de melodie de vorm van een lied,
dan weer de tekst. Maar altijd dringt de tijd.
Algemene
informatie over het Vlaams Cultureel Kwartier
Doelstelling
Het VCK stelt zich ten doel met het Nijmeegse Arsenaal als basis de culturele en cultuurtoeristische uitwisseling te bevorderen tussen Vlaanderen en Nederland, in het bijzonder tussen de Vlaamse cultuursteden en het Rijk van Nijmegen/Gelderland. Dat doel omvat drie hoofdfuncties die kunnen worden aangeduid met aan het gebouw ontleende begrippen.
- Aanlegsteiger
Op de historische zolder van Het Arsenaal wordt een Informatiecentrum cultuur
uit Vlaanderen ingericht. Daar kan een bonte verscheidenheid aan Vlaamse literaire
genootschappen en cultuursteden, culturele verenigingen en cultuurtoeristische
instellingen een pied-à-terre krijgen. Nijmegen, ruimer (Oost)Nederland
en de Niederrhein, kunnen daar veel van het beste uit Vlaanderen ontmoeten.
- Bolwerk
Op de zolder en in het lokaal op de eerste verdieping wordt een arsenaal aan
cursussen en kleinschalige tentoonstellingen, optredens en voorstellingen georganiseerd.
De nadruk komt daarbij te liggen op Vlaams/Gelderse literaire, artistieke, muzikale,
intellectuele ontmoetingen in een vriendelijk-confronterende sfeer. Bijzondere
aandacht zal uitgaan naar aankomende talenten, dubbelkunstenaars en dubbeltentoonstellingen.
- Uitvalsbasis
Grootschaliger voorstellingen en tentoonstellingen alsmede optredens, debatten,
lezingen voor een groot publiek worden door het VCK georganiseerd buiten het
Arsenaal. In veel gevallen worden die geprogrammeerd in samenwerking met de
Vlaamse horeca in het Arsenaal, de Keizer Karelpodia, Arthouse LUX, de Wintertuin,
Dziga, de Stichting Joris Ivens, Museum het Valkhof, de Openbare Bibliotheek,
de Radboud Universiteit, de Brakke Grond, het Vlaams Letterenhuis
Lokalen Vlaams Cultureel Kwartier
Begin 2005 heeft het VCK zijn intrek genomen in het Arsenaal aan de Mariënburg te Nijmegen. Het heeft daar de beschikking over een 'Vlaamse Zolder', die ingericht wordt als Informatiecentrum Vlaamse cultuur en als cursus- en lezingenzaal, en een Vergader- en tentoonstellingskamer op de eerste verdieping. Beide ruimten kunnen ook worden verhuurd voor cursussen, lezingen, optredens. Kijk onderaan deze pagina voor het contactadres.
Structuur
Vlaams Cultureel Kwartier
De Stichting VCK werd in oktober 2003 formeel opgericht.
De initiatiefnemer is dr. Bert Vanheste. Het dagelijks bestuur bestaat uit Secretaris
is dr. Jos Muyres, universitair docent en directeur van het Studie- en Documentatiecentrum
Vlaamse Literatuur. Penningmeester is drs. Cees Sweerman, ex-controller Hoogovens.
In de Raad van Toezicht zetelen vooraanstaande leden van lokale, provinciale,
landelijke en Nederlands-Vlaamse culturele instellingen.
De Stichting wordt terzijde gestaan door 'Denkkamers' podiumkunsten, klassieke
muziek, volksmuziek, lezingen, literatuur, beeldende kunsten. Het VCK werkt
samen met de Vlaamse horeca in het Arsenaal onder de naam Het Vlaams Arsenaal.
Contact
Adres:
Het Vlaams Cultureel Kwartier
Arsenaalpoort, 6
6511 PN Nijmegen
(c) 2005, webmaster: Bram Relouw (info@ivens.nl)