De brug
(1928)

Nederland / 11 minuten / zwart-wit / zwijgend / 35 mm

Engelse titel: The bridge
Franse titel: Le pont

{short description of image}

Regie, camera en montage: Joris Ivens
Productie: CAPI Amsterdam

Première: Amsterdamse Filmliga , Centraal Theater, 5 mei 1928

Bewegingsstudie van de verticale Hefbrug over de Koningshaven in Rotterdam. In oktober 1927 was deze treinbrug in gebruik genomen en Ivens slaagde erin het ijzeren gevaarte op film te veranderen in een dynamisch mechanisme. Richtingen, filmstandpunten en dynamiek spelen een belangrijke rol. DE BRUG zorgde internationaal voor een doorbraak van Joris Ivens en de Nederlandse film avant-garde.

Reacties:
Joris Ivens: 'Op het moment van de montage verkeerde ik in zo'n staat van creatieve spanning, dat ik mijn schaar zelfs niet in de film durfde te zetten…Ik werkte iedere avond met het vuur en het enthousiasme van een pionier die net maagdelijk land heeft ontdekt'. ( Aan welke kant en in welk heelal, Amsterdam , 1983, de tweede autobiografie uitgegeven door Meulenhoff, p. 66)
L.J. Jordaan: '[Deze film] wist op een bepaald tijdstip aan veler onbestemde maar dringende vragen het positieve, concrete antwoord te geven. DE BRUG ontstond in een tijd temidden van een beweging, die het scherpste verzet aantekende tegen de moordende sleur van een gecommercialiseerde grootindustrie. Zij werd tegelijk cri-de-guerre en geloofsbelijdenis. Zij werd verder gemaakt op eigen risico en onbeïnvloed door enigerlei 'opdracht'- met andere woorden: zij draagt de kenmerken van de allergrootste economische beperking en tevens van een volkomen artistieke vrijheid. Deze gecombineerde motieven moesten haar noodwendig een principiële kracht, een verantwoordelijke ernst, een rijkdom aan fantasie en een strenge beknoptheid verlenen, die door later werk moeilijk kon worden geëvenaard.' (Joris Ivens, Amsterdam 1931, monografie uitgegeven door De Spieghel, p. 10 en 11)
Tom Gunning: 'DE BRUG en REGEN zijn niet alleen avant-garde meesterwerken met een unieke filmische taal, het zijn ook bespiegelingen over de toekomst van een filmische visie. Probeer ze maar eens onder te brengen bij enig bestaand genre. Speelfilms zijn het niet, abstracte films evenmin. Het zijn belangrijke films in de geschiedenis van de documentaire, ten dele omdat ze de vorm daarvan veranderden'. (Het gaat om de film, een nieuwe geschiedenis van de Filmliga, Amsterdam 2000, uitg. Bas Lubberhuizen)
Nederlandse pers: 'Met zeer eenvoudige ( en goedkope!) middelen heeft de jonge cineast bewezen dat er behalve de documentaire film en de de speelfilm, nog een derde mogelijkheid bestaat: de film waarbij het 'doode' materiaal door de compositie van den operateur-regisseur, l e v e n d kan worden... Zijn film is behalve een lust voor de oogen (in de zin der filmkunst), ook een sober en statig loflied op het bouwwerk zelf. 'De Brug' is met dat al een film, die een plaats verdient naast het werk van buitenlandsche filmkunstenaars als Ruttmann'. (Algemeen Handelsblad zondag 6 mei 1928)



terug naar filmografie