Wat maakt Betonarbeid, Spoorwegbouw Zuid-Limburg en Van Jeugd, Strijd en Arbeid bijzonder?

In de drie gevonden films uit 1930 komt het talent en eigen filmhandschrift van Joris Ivens duidelijk naar voren: de beelden overstijgen het reportageniveau, dat documentaire destijds nog kenmerkte, zoals in de films van Willy Mullens. Voor Ivens was de documentaire film een nieuwe, meer oprechte vorm van filmkunst, waarin hij de filmtaal van de avant-garde integreerde:
- nieuwe camerastandpunten (diagonale vogelvluchtbeelden, zwenkende bewegingen, subjectieve cameravoering, waardoor de toeschouwer betrokken wordt in de actie);
- een sterk ritmische montage, sneller dan zijn tijdgenoten;
- altijd beweging en drama in beeld: óf de camera beweegt of de arbeiders voor de camera en objecten bewegen;
- abstracte close-ups (zoals het horizontale en verticale lijnenspel van het betonvlechtwerk);
- het spel van licht en schaduw.
Een saai, maar voor Nederland wezenlijk onderwerp, -de strijd tegen het water door de bouw van machtige caissons, een ingenieus 'geheim' ontwerp op dat moment-, wordt zo aantrekkelijk gemaakt.

E. Sinoo, opdrachtgever, zag gelijk de kwaliteit van Wij Bouwen en schreef naar aanleiding van de première:
"Een gebeurtenis! De opvoering van Joris Ivens film "Wij Bouwen", welke hij in opdracht van den Algemeenen Nederlandschen Bouwarbeidersbond gemaakt heeft, is de belangrijkste gebeurtenis geworden, die in het Hollandsche filmleven ooit plaats had. Dit werk van dezen jongen kunstenaar is van zo'n hooge beteekenis, dat het ook in het buitenland, waar de filmkunst zoo oneindig veel verder is dan ten onzent, de aandacht zal trekken, omdat het een zuivere filmschepping is van monumentalen gestalte. Ik durf daarom zeggen, dat de film "Wij Bouwen" een internationaal evenement is."

Naast de artistieke kracht zijn de beelden van belang, omdat ze volgens tijdgenoten een nieuw beeld van Nederland geven. "…openbaart zijn werk de sterke, nationale geest, die het fabeltje van de windmolens en de lange pijpen ontkent, om te getuigen van een levenskrachtig, durvend jong Nederland, dat zich voor zijn plaats in de ontwikkeling van een toekomstige wereldcultuur geenszins behoeft te schamen", schreef de nestor van de Nederlandse filmkritiek, L.J. Jordaan. In een moderne vormgeving wordt modern Nederland getoond. Enkele beelden uit Betonarbeid doen denken aan bekende foto's uit New York, inmiddels iconen van moderniteit in interbellum, waar bouwarbeiders hoog in de lucht, op uitgestoken stalen profielen op de zoveelste etage van een wolkenkrabber over de stad uitkijken.

Jordaan onderstreepte tevens het belang van Wij Bouwen voor de filmcarrière van Joris Ivens. "Wij Bouwen vormt het keerpunt in Ivens'productie". Ten eerste was Ivens'verlost van financiële zorgen, hij kreeg een ruim budget om langdurig filmopnames te maken en assistenten in te wijden in het filmvak, zoals Jan Hin, John Fernhout, Andor van Barsy, Willem Bon, Helen van Dongen, Joop Huisken en Eli Lotar. Ten tweede veranderde zijn werkmethode en zienswijze: de menselijke arbeid komt centraal te staan. De arbeiders worden niet sentimenteel in beeld gebracht en "niet geïdealiseerd tot lijder of strijder, noch geabstraheerd als symbool ener maatschappelijke klasse, maar gezien met een subliem gevoel van eenvoudige kameraadschap en saamhorigheid". Dat is dan ook wat de hedendaagse kijker verbindt met de toenmalige: de verbazing en bewondering voor de arbeiders, die het moderne Nederland met de blote handen, met spierkracht en machines, vorm hebben gegeven. "Dit proletarische sentiment is geen kwestie van politieke zienswijze - het is een kwestie van neiging, van instinct…Het verleent aan zijn oeuvre die frappante eenvoud, die klaarheid en directheid, welke er de bekoring, zowel als de begrenzing van uitmaken". Een "intuïtief een-zijn", zoals Jordaan het omschreef, verwoord in een uitspraak van een bouwvakker uit Amsterdam die na de film uitriep: "We zien het eender". Het behoedt hem voor valse effecten, theatrale lyriek en on-filmische afdwalingen en zet zo een model neer voor de Hollandse Documentaire school, de filmmakers na de Tweede Wereldoorlog, zoals Van der Horst, Haanstra en Brusse. Deltaphase I (1961-1962) van Bert Haanstra toont dertig jaar later, met het dichten van de Veersedam door grote caissons, een zelfde artistieke en inhoudelijke visie: de mens is in staat met enkele handbewegingen de natuur te bedwingen en Nederland modern te maken.

 

home

Ons adres:

Postbus 606
6500 AP Nijmegen
T: 024 3888774
F: 024 3888776
info@ivens.nl
www.ivens.nl